|
Gentz! Door de toch nog onverwachte weersverbetering besluit ik om het vrijdag maar ereis te gaan proberen, ondanks gefronsde wenkbrauwen en menige bedenking van Gezond Verstand. Geen nachtvorst, de wind valt mee. Nog voor negenen - sic! - laat ik een shadje langs de havenmuur zakken. Ik zie al dat het water érg laag staat, wel een kleine meter lager dan normaal. Ben ik niet dol op. Whomp! Ruk, trek! Gelijk raak! Ze zijn los! Baars. Het is nog zo donker dat de flitser afgaat.

Whomp! Ruk, trek! Gelijk raak! Ze zijn los! Baars.
Maar zijn ze wel los? Het lijkt er niet op. Ik gooi mijn eigen langdurig een ongeluk met van alles, maar verder mooi nix hoor! Inladen & wegwezen.
Om half elf vaar ik de vaart op. Niets, gelijk maar volgas door naar de uitgang van de centrale. Ik scheur met maar liefst 12 km/u de Donge af. Plots houdt de motor in! Jezus C. nee toch! Maar het blijkt dat ik op de ondiepe flanken van de Donge aan het vastlopen ben. En ik zit nog zeker tien meter van de oever. Godsamme wat is het hier modderig. En tien minuten later wéér. Ik ga maar dertig meter uit de kant in de vaargeul varen, wat een baggerpoel hier...
Ik kom de politieboot tegen. Snel drapeer ik het rode koordje om mijn pols. Ik heb nu twee koordjes: een nepkoordje voor de pliessie en eentje aan de motor, dan loopt ie beter. Daar is de uitgang, het stroomt niet al te hard, het water dampt ook niet. Er ligt een bootje vast aan de meetpaal en er vaart ook een grotere boot met drie knullen erin. Ik kan mijn boot met de buitenboordmotor goed op stroom houden. Krijg met een gram of dertig ook mooi contact met de bodem. Ik varieer flink; van links naar rechts, van voor naar achteren. Ander shadje. Nog niets. De geankerde boot nokt ermee. De mannen schudden het hoofd op de bekende vraag. “Maar die knullen hadden er net twee.” Ik houd het nog even vol. Er komt een andere boot aanvaren. Ankeren en gooien. Ook deze boot heeft nog niets gevangen vandaag.
Ik nok ermee. Naar de overkant, even ‘het gat’ proberen. Niets. Ik scheur langs de oever richting Steurgat. Houd zeker twintig meter afstand. Pruttel, pruttel, schok, schok. Wéér loop ik vast. Moet duwen met de roeispaan. Ja, ja, laag water. De Biesbosch is groot, het reëel bevisbare oppervlak in de winter is erg klein, zo blijkt. Ook hier wijk ik uit naar de vaargeul. Niet te geloven, mijn boot steekt maar dertig, veertig centimeter of zoiets!
Dan is er het diepere stuk. Ik begin op 6 meter met dropshotten. Er staat hier vrijwel geen wind en er is weinig stroom met dat lage water. Na een kwartier verspeel ik mijn eerste droppie. Nee, niet aan die metersnoek: obstakel. Een half uurtje later gaat het 2e droppie eraf. Mosselbanken hè. Ik vis een uur door. Geen tikje. Helemaal geen teken van leven trouwens. Of het moet de man in de Carolinaskiff wezen die ook gaat verticalen. Oudere man best wel, zit een dertig pk Mercury achter die boot. Er ligt net zo’n ding in het toevoerkanaal naar de haven, maar daar zit een andere, oudere, motor achter. Bart – die iedereen kent – en hier slapend op een stretcher in de winkel afgebeeld - wat droomt ie? - weet nu wel welke man ik bedoel. Hij had er “vanochtend” één, dat wel...

Bart, slapend op een stretcher in de winkel...
Ik ga verder naar de driesprong. Zet er een joekel van een shad achter om een mooie snoek te pakken. “Die moeten hier liggen”. Wie lacht daar? Ik doe het gat op de driesprong een klein uurtje. Maar ik begin hoofdpijn te krijgen. Ik vermoed dat het komt door de uitlaatgassen. Erger is dat het gaat regenen. En er werd uitdrukkelijk in het weerbericht vermeld: in het westen droog. Terug moet tegen de wind in. Boterblomme! Het gaat harder regenen. Toch probeer ik het nog even met een gewoon verticaaltje op de grote kruising. Vast! En nee, niet plotseling dat leven aan de andere kant van de lijn enz., enz. Gewoon de kunstaasredder erbij. En alles kwijt. Ik overweeg of ik nog even de Vissershang zal proberen maar verwerp het idee: de hoofdpijn wordt erger. Volgas terug en in het midden blijven. Ik zie nog twee visboten in de verte voorbijrazen. Het is eigenlijk nog knap druk vandaag, kennelijk mensen met vakantiedagen. Zonde.
In het kanaaltje is het niets en in de haven ook niet. Ik ga er flink dropshotten ondanks koppijn en misselijkheid - asperine ligt dus thuis! -, maar vergeet het. De vis ligt vastgespijkerd. Bij het uitladen komt een andere visser nog even langs. Had ook niets. “Waardeloos de laatste tijd”. Ik kan het alleen maar beamen. Hoor niets anders. Maar ééns komt de ommekeer. We zullen zien.
Inmiddels: Tight Lines voor onze Trouwe Lezertjes!
Jan Junge
Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com
|