| Jan Junge beleeft 11 december |
|
|
Sportvissers! Tussen de middag even naar Fauna. Gezelig! Ik laat me verleiden tot de aankoop van ‘iets nieuws’ - wie lacht daar? - van Berkley. Kleine shadjes op sap! 8 cm zijn ze, prima geschikt om ‘bij te zetten’ op een grotere shad. U hoort nog hoe of het afloopt... zie kosten ehh..., ehh..., uh... 16,95 euro. Moet toch kunnen? Of... Ach, laat ook maar. Wie niets probeert, zal nooit oogsten. Of zoek ik nou een smoes om weer zo'n impulsaankoop te verdedigen? Wie het weet, mag het zeggen...
Kleine shadjes op sap! 8 cm...
Flyfisher Jo heeft er zin in. Hij wil nog wel ereis een mooie dregpluim opzetten. Eentje die in het water blijft uitstaan en niet als een stuk wier achter het aas hangt. Ik ga naast Jo zitten en kijk hoe of ie rustig het geheel opbouwt terwijl de grijzende Meester me technische verhalen vertelt over Aftma’s en reversed tapers. Je krijgt er tranen van in je ogen. Het eindresultaat van al het gewikkel mag er wezen: een plumeau! Ik ga deze achter een eigenbouw dubbele deltaspinner zetten. Ik had nog een handvol delta-onderdelen liggen van de beurs, en die heb ik onlangs afgebouwd. Ze lopen meesterlijk, maar zonder verzwaring willen ze niet dieper dan 5 cm onder het oppervlak gaan. Da’s zelfs mij te gek, er moet wat lood voor.
Eigenbouw dubbele deltaspinner...
‘Jo Plumeau’
Naar huis en de plumeau monteren, daarna nog even vissen. Ik neem grof kunstaas mee, ook de dubbele ‘Bart’ spinners met ‘Jo’ pluimen. Ik weet niet erg goed waar ik zal gaan vissen. Ik rijd maar wat en kom uit bij Raamsdonk. Oh ja, daar is een brede, vrij diepe sloot tussen Raamsdonk en Wasp.. - censuur - die loopt een eindje paralel langs de Maasroute, de A59. Karpervissers kregen er met regelmaat snoeken aan bij het inhalen van hun kunstaas. Ik ben er een keer met dood aas bezig geweest, dat was geen succes. Het water is hier zoals vrijwel overal in de ongeving vooral smerig. Die akelige geelbruingrijze Brabantkleur. Ik ben er helemaal niet dol op. En de kant loopt een meter en meer naar boven. De boer heeft er schrikdraad geplaatst. Niet gewoon, nee, ‘extra speciaal’. Dat wil zeggen dat ie de palen precies op de rand van de sloot heeft gezet, overhellend naar het water toe. Een visser kan dus echt helemaal niets meer. Maar hier en daar kun je vlak langs het water op de rietpollen lopen. Gelukkig heb ik lieslaarzen aan...
De dubbele delta met Jo’s Plumeau - ‘Jo Plumeau!’ dat houden we erin! - werkt prachtig. Alleen wil ie zelfs na de tiende worp nog niet spontaan zinken, zoveel zonker zit erop. Daarbij heb ik wind tegen, en zo’n ding werpt dan slecht. Ik ga over op de grote dubbele ‘Bart’spinner met ‘Jo’pluim. Ik heb er een 12 grams loodje opgezet, dan werpt ie beter en loopt ie niet te ondiep. Zo’n ding trekt wel vervelend hard, maar dan heb je ook wat. De chromen bladen flikkeren door het troebele water en het ding bonkt als een diesel. Ik volg vanaf de parkeerplaats de sloot naar het ‘goede stuk’, da’s het deel dat paralel aan de A59 loopt. Ik denk dat ik tegen de 100 vruchteloze worpen gemaakt heb wanneer de spinner op een meter of tien uit de oever vastloopt. Taaie weerstand, typisch waterlelie of zwaar flap. Oh nee! Leven! Gelijk ontstaat er een golf zoals alleen echt forse vis die maakt. Dit is groot! Mischien een karper in het lijf gehaakt? De vis blijft liggen mokken. Weer een paar rukken, wat een kolk! Het water golft en ik zie onmiskenbaar het flauw afgetekende silhouet van een zich krommende grote snoek ergens onder water schemeren. Dan is ie los... Erger nog, ik staar naar een wapperend stuk lijn! Alles weg! In ieder geval dichtbij de spinner. Was de onderlijn te kort? Mooie aasje naar de fuck, metersnoek met zo’n ding in z’n bek. Hoe kan dat? Ik inspecteer de lijn, geen spoor van rafels. Maar een eindje verder ontdek ik een slijtplek. Ik geef een ruk en gelijk breekt de 30 ponds lijn. Kennelijk met trollen de lijn beschadigd. Vloekend monteer ik een nieuwe onderlijn. Ik kan de tweede grote ‘Bart’ spinner nergens vinden. Ik heb nog een kleinere dubbele, die is wat zwaarder, gaat wat dieper. Klopt, tien minuten later ben ik ook die kwijt, gewoon vast, en de kunstaasredder past niet over de kennelijk te dikke wartel. Het is al tegen vijf uur eigenlijk al te donker om door te vissen. Nokken. Ik ga het hier nog eens proberen, da’s zeker...
Zondag heb ik weer een visdag, gaat Ineke naar Ma. Het wordt retekoud, 3 graden, maar de wind is matig tot zwak. Windguru geeft zelfs 1 op in de middag. Ideaal voor de snoekbaars. Ik ga nou ook eens fireballen. Als je hoort hoeveel snoek die fireballers bijvangen, dan kun je maar beter gelijk met die methode op snoek gaan! Actief doodazen, dat is het feitelijk. Vang je er ook nog zat snoekbaars bij... Gerrit H. ging vanaf de kant wat gooien vandaag. Eerst drophotten. Niets. Toen met de fireball. Snoekbaars, en... een snoek van 107 cm!
Zondagavond – of uiterlijk maandag, - hoort u wederom hoe of het gegaan is...
Tight Lines Folks,
Jan Junge
Een visser kan niets meer? Lijkt mooi, zo’n rand, maar als je een stap doet sta je tot je kruis in de zomp...
Als je een stap doet, sta je tot je kruis in de zomp...
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |




