| Jan Junge beleeft 9 december |
|
|
Men! Dinsdag nog even een paar uurtjes hier en daar in de buurt wezen gooien op snoek. Ontdekte nog een aardig binnenwatertje in het dorp Drimmelen. Maar ondanks redelijk weer met af en toe wat zon was het helemaal niks, nog geen vin gezien. Het weer voor vandaag leek niet onaardig. Wel wat vrij harde wind aan de kust, maar gemiddeld wordt er 3 opgegeven. En wat motregen. Ik heb wel zin om weer naar de Haringvlietbrug te gaan, dan heb ik de haven aldaar...
om te snoeken/baarzen, en nog een flink stuk van de nieuwe ‘woonhaven’ Numansgors om verder te onderzoeken. En dan is er uiteraard de brug om te snoekbaarzen.
Om 7 uur ’s ochtends inderdaad motregen. Op weg is het soms droog, maar af en toe moeten de wissers weer aan. Het parkeerveld bij de brug is leeg! Nou ben ik wel vrij vroeg, zo tegen half negen, maar dit had ik niet verwacht. Het is overigens wel een baggerzooi. Het traileren gaat goed, maar er staat een te harde wind, forse golven. Da’s dus vier. Bovendien moet ik mijn regenbroek en regenjas aan. Maar daar staat weer tegenover dat het niet zo kolerekoud is. Ik ga gelijk waar het diep wordt, beginnen met droppicalen, dat moet van Gerrit: “daar is het te doen Jan, gelijk bij d’n helling, achter de bolders en langs de wand!” Er staat weinig stroom, maar het golft vervelend. Ik zit al gauw op een meter of acht en meteen vang ik de eerste snoekbaars! Tik! En vast.
De eerste snoekbaars. Tik! En vast...
Inderdaad, niet groot. Vol verwachting klopt ons hart: komt er een vervolg? Voorlopig niet. Na een uurtje rommelen ga ik naar de overkant, uit de wind. Tot mijn verbazing zie ik een bellyboater! Jeetje, met deze wind. Maar misschien valt het juist wel mee in zo’n band. En dan zie ik toch nog een andere boot, twee man erin. Ik gebruik spierinkjes op de dropshotshadjes. Ik krijg een aanbeet, maar die mist. Ik ploeter nog een uur verder en dan ga ik toch echt de eerste haven opzoeken om de grote spinner eens uit te proberen. Jo - van Fauna - heeft een reuzenpluim op een forse dreg gebonden, een rode en een nog grotere groene. Eigenlijk heb ik niets met grote spinners: ze trekken te hard en je moet ze noodgedwongen langzaam vissen. Bovendien hebben ze een gigantisch drijfvermogen, je krijgt ze haast niet de diepte in. Maar ze worden maar zelden gebruikt en dat is belangrijker...
Ik vaar naar de eerste haven. Ik moet nog voorzichtig aan doen voor de spray en het rollen, maar op de Amer heb ik wel hogere golven meegemaakt. Ziezo, de spinner overboord, 40 gram lood eraan. Op de handstok de Rapala dubbele ShadRap in de grootste maat. Da’s dus toch een kleintje hoor, hij haalt niet eens de decimeter denk ik. Hij is voor de baars. Ik rommel de eerste haven door, geen beet. Nou naar de tweede haven, daar had ik vorige keer toch een paar heel mooie baarzen. Blij dat ik er binnen ben. Wat een wind! Er is haast niet te varen buiten. Ziezo, langs de aanlegpalen naar achteren. Wanneer ik bijna achterin ben, zie ik op de kade een auto staan, neus schuin naar het water. Hij geeft een lichtsignaal, een kennis? Dan zie ik de rodpods op de stenen staan. Ho, een karperaar of snoeker. Ik gooi de boot in z’n achteruit en gelijk krijg ik een ruk op de spinnerstok! Yess! Daar heb je het weer! Maak een scherpe bocht of gooi plots het gas dicht. Whabam! Beet! Of je nou een lepel vist, of een plug, of rubber, of een spinner! Alleen werkt het niet als je expres van die toeren gaat uithalen, het moet spontaan. Het is geen echte kanjersnoek voel ik meteen, maar wel een behoorlijke. Ik moet nog oppassen, want de harde wind drijft me alsnog naar de lijnen van de visser. Toch is het eigenlijk best een beetje vreemd met die uitgooiers en uitroeiers. Stel, u gaat een potje badmintonnen. U spant het netje dwars over de weg. Wat een mooi speelveld! De auto’s en fietsers, die moeten over de stoep. Logisch! Of liever helemaal wegblijven, gewoon omrijden...
De snoek is dik én 74 cm...
De snoek is dik en 74 cm. De eerste op de dubbele ‘Bartje & Jo’ spinner. Hij zit keurig in de snavel gehaakt, dwars er doorheen. Dat komt dus omdat ik de dikke dregpunten aan de zijkanten wat afslijp en ook de uiteinden gruwelijk scherp maak. Ik wil niet zeggen dat ik nooit meer lossers heb, maar het is zeker minder. Terug ermee en de andere kant weer op.
Wanneer ik bijna bij het eind ben, loopt de hengel met de kleinere plug erop vast. Maar het is leven! Baars, snoek, snoekbaars? Het is een beul van een baars, net over de 40 centimeter. Moddervet!
Een beul van een baars! 40 cm en moddervet...
Ik rommel heen en weer. Het gekke is dat ik met wind mee maar geen beet krijg op die baarzen, maar tegen de wind in wél. Inmiddels heb ik het ook eens met een shadje geprobeerd. Gaat prima.
Ja hoor, alleen aanbeten tegenwinds! Twee stuks baars vallen al bij het liften terug, maar dat waren ook de wat kleinere exemplaren, met de grote ben ik wat voorzichtiger, die pak ik. Zo’n rugvinprik, die is trouwens opvallend pijnlijk. Het is nog net geen wespensteek, maar een naaldprik is het toch ook weer niet. Je vraagt je onwillekeurig af of er niet wat gif aan die stekels zit.
Weer een mooie baars. Uitkijken met die stekels...
Nummer twee zat er ook. Schitterende baars...
Ik wil wel eens even naar de havens bij Numansgors, ze zijn vlakbij. Hup, de zee op, de golven trotseren. Ik vaar heel voorzichtig, want er staat me bij dat er ergens een verborgen dam onder water ligt. Die ligt er inderdaad en ik moet een flink stuk oploeven om er voorbij te komen. Maar dan vaar ik dan toch naar binnen. Het ziet er prima uit allemaal. Maar er staat bij de ingang een gróót wit bord. Eens even kijken. Godver...! Daar heb je het al! Het kón ook al bijna niet. ‘Privé terrein, verboden voor onbevoegden.’ Teringlijders! Maar als ik er zelf woonde, wist ik niet hoe snel ik zo’n bord uit de hoge hoed zou moeten toveren! Omdat er talloze villa’s op het water uitzien, besluit ik maar niet om ondeugend te zijn. Terug maar, naar de Haringvlietbrug. Ik scheur volgas over de golftoppen, recht tegen de wind in. Eens kijken hoe lang of dat goed gaat. Het gaat niet slecht. Maar dan zie ik een politieboot in de verte, op een koers dwars op de mijne. Ik heb mijn koordje niet om, geen probleem, ze zijn te ver weg. De politieboot heeft veel vaart, maar plotseling zie ik ‘m duidelijk vertragen. Het lijkt erop alsof ie mijn richting uit komt! Je mag hier toch wel snel varen? Ik draai gelijk het gas maar een stuk terug en frommel het koordje om. Gelukkig, de afstand tussen ons lijkt weer toe te gaan nemen. Pffft...
Onder de brug is nog steeds de bellyboater aan de gang. Niet te geloven gewoon! En ook de andere boot is nog bezig. Droppen maar! Klap! Yes! Dit keer is het een mooie, hij gaat door de slip en dat gebeurt niet zo erg veel. Dan is ie alweer los. Verd... Ik krijg nog een keer een lichte aanbeet, maar weer los ik de vis. Aan de ontbrekende spierinkjes te zien, pakken ze vooral het onderste shadje. Dan: eindelijk! Eentje die blijft hangen. Niet groot, maar alles is meegenomen. Hup, in de plastic zak naast de andere. Hahaha, gefopt. Ik gooi altijd alles terug. Lege blikjes, verpakkingen, sinaasappelschillen, klokhuizen...
Snoekbaars. Eindelijk eentje die blijft hangen...
Het wordt al donker, hoewel het pas tegen vier uur is. Ik ga het nog heel even proberen op de plaats waar ik de eerste ving. Ik vis in het eerste gat. Dat is het gat naast de vaargeul. Ik krijg vrijwel meteen een aanbeet. Maar ook deze schiet weer los. Toch is er iets anders aan de hand, het lijkt wel of er een stuk onderlijn verdwenen is, zo licht voelt het aan. Klopt, het lood is weg, mét een stukje lijn! Er zitten weliswaar geen rafels op het overgebleven stuk fluorocarbon, maar ik denk toch dat een snoek de dader is geweest. Die heeft het lood gepakt! Nieuw lood erop. Wanneer ik opkijk zie ik verdorie de politieboot alweer langs varen! Langs varen? Ze keren om! Jezus, zit ik zeker toch in de vaargeul te vissen, als de bliksem wegwezen. Ik vaar tussen een paar grote bolders door en ga achter het eerste stenen ‘blok’ langs. Da’s zo groot als een huis, ze zien me hier niet. Ik drop onschuldig verder en ga langzaam de hoek om. Hartverlamming. De politieboot! Op twintig meter afstand! De lul! Ik zie zo al vier opgetuigde hengels in mijn rekjes staan, mét wapperend kunstaas! Bekeuring! Maar ze tuffen langzaam voorbij. Ik zwaai slapjes, ze zwaaien terug. Waar slaat dit nou toch op? Zoeken ze iemand? In ieder geval begint het te regenen. Ik nok er definitief mee.
Het valt lang niet mee de boot op de eerste rol te krijgen met deze wind. Jammer van de regen, nou wordt nét nog alles nat. Het nagels-schoonmaken van Murphy lijkt geen einde te willen nemen...
De terugreis verloopt vlot. Alles kits. Wat snoekbaars betreft is het bij die Haringvlietbrug niet echt goed. Maar experimenteren op onbekende stekken met golven van 40 centimeter hoog is ook niet je dát. We zien wel!
Inmiddels: Tight Lines!
Jan Junge
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |






