| Jan Junge beleeft 30 november |
|
|
Dealers! Grapje natuurlijk. Wat er net gebeurt: ik heb twee derde van mijn sessieverslag af. Ik ga de foto’s inserten. ‘Afbeeldingen’. Ik klik op de laatste datum. Hé wat is dat? Maar twee foto’s? Toch iets fout met die accu? Effe kijken. Klik. Oeps, zit de foto gelijk in het document. Het is een snoek. Dat kan, maar ik ken die snoek, da‘s er eentje van vrijdag. Oh ja! Ik heb die foto’s van vandaag nog helemaal niet gedownload!
Dus weg met dat ding. Klik. “Wilt u de wijzigingen in het document opslaan?”. Nee sufferds, ik wil ’m juist weggooien! “Nee” dus. Klik. En weg is mijn stukkie!
En mensen, ik schreef het al eerder, je kunt er niet meer bij. Het stuk staat nog doodgewoon op de harde schijf, ongeschonden en wel, maar zonder ‘label’, 'handvat’ of ‘etiket’. Verloren. Per jaar, ik doe even een losse schatting, gaan er op onze aardbol op deze manier zo’n honderdduizend stukken verloren. “Moet je maar niet zo stom zijn!" Ik vind maar zelden een medestander indien ik me beklaag over deze omissie bij Word. “Je doet het toch zelf?”
U rijdt auto, peutert in uw neus. Rode remlichten plots voor u! Te laat! Met een doffe klap ramt u uw voorganger. Uw auto raakt de vangrail, de aarde draait plots vreemd onder u door, doffe klappen, rinkelende geluiden. Gesis, stilte... U hebt gelukkig niet veel pijn, wel wat bloed. Daar komt iemand aangerend. “Stommeling, zuiplap, neuspeuteraar, lul!” Goddank is daar de politie. “Domme fout meneer!” Hoe kunt u nou zoiets maken? Concentratie en oplettendheid, daar gaat het om in het verkeer. Jammer, eigen schuld, we kunnen niets voor u doen!”
Je mobieltje doet het nog. Snel, de ANWB. U legt alles uit. “Volgens mij is het een ES-je”, zegt de juffrouw na een tijdje geluisterd te hebben, “dat valt natuurlijk buiten de service." “Godverdomme, wát ES-je!”, brult u woedend, "ik moet hier weg!” “Een ‘EigenSchuldje', tja, dat valt uiteraard helemaal nergens onder”, zegt de juffrouw vriendelijk. Het volgende moment overlijdt u aan een hartaaval. Van woede. Welkom in de wereld van Microsoft!
Over de wereld van Microsoft gesproken: hoe is het nou toch mogelijk dat gebruikers van oudere Word versies die van Word 2007 niet meer kunnen openen? Dit kan alleen maar in een kwaadaardig marketingbrein opborrelen: ‘dan moeten die klootzakken maar de nieuwe versie kopen!’
Het wordt mooi weer! Windkracht twee! En geen regen. Verrassend. Ik kijk alle sites er nog eens op na: klopt. Wauw! Ik opteer voor het Haringvliet. Ruiten krabben. Tweede keer dit najaar dacht ik. Het was een uitzonderlijk zachte november. Geen files op de maandagochtend, een wonder. Er staan maar drie auto’s bij de Hanringvlietbrug, twee Belgen en een Ollander. Juist als ik ga prepareren rijdt een andere Ollander me nog eens voorbij. En na mij komt er nog eentje.
Om iets over half tien lig ik erin. Het is dit keer duidelijk hoog water. Wat tegenvalt zijn twee dingen: het eerste is de temperatuur, veel meer dan 5 graden is het echt niet. En de wind! Ik vaar nog aan lager wal, maar het is beslist drie! Wel blauwe lucht en een bleek zonnetje. Maar ook massief grijs in de verte.
Er is een witte polyester boot aan de overzijde bij de brug bezig, maar da’s dan ook alles. Ik gebruik weer dubbele shads met kleine spierinkjes erop. Ik zoek de snoekbaars diep, niet onder de tien meter. Na een uur nog niets, geen stootje. Ik wissel voor andere shadjes. Er komt een bellyboat bij. En een forse Lund komt aanspuiten uit gindse verten. Ik zie de witte polyester een snoekbaars vangen. Knappe boot. Weer een klein uurtje later ga ik op weg naar den Bommel. Al het blauw is inmiddels verdwenen, het is grauw en het is koud. Ik moet dat warmte/overlevingspak maar weer gaan dragen. Een soort schuur met mouwen. Geen gezicht, maar ja... vrouwen zijn er toch niet op het water in de winter. En het gaat om je karakter, toch...?
De golven zijn toch dermate hoog dat ik beter niet volgas vaar om spray te vermijden. Wat nou windkracht twee? Ik kan den Bommel op de een of andere manier niet vinden, kom uit bij een andere haven. Onder de oever veel ondieper. Het moet Stad aan het Haringvliet zijn. Ik zit hier aan lager wal, vissen is onmogelijk. Vloekend vaar ik terug. Gelijk maar eens naar de haven van Numansdorp. Daar zijn er twee van. De jachthaven ligt dicht bij de Haringvlietbrug. Ik zet er een mooie dubbele chromen spinner op, met pluim. Nét nieuw! Grotere dreg gemonteerd, de originele was me te klein. Tja, nou heb ik dus eigenlijk de juiste hengel voor deze zware trekker vergeten. Ik pak de zwarte Rozemeijer jigstok, die is vrij stug. Het gaat nét, dus eigenlijk net niet. Veertig gram lood ervoor, want die dingen zijn de diepte niet in te bránden.
Ik trol de haven heen en terug. Ga ook nog eens verticalen op baars. Niets. De haven uit, links af. Ik zie bij een royale Onassis-villa een strekdam naderen en vaar er ruim voorlangs. Wanneer ik in de verte een grote boei ontdek, vertrouw ik het niet helemaal. En verdomd, ja hoor, tussen de wal en de boei loopt de dam zo’n honderd meter het water in! Je ziet hooguit een stukje vanuit de kant onder water verdwijnen, de rest moet je erbij verzinnen door die boei op het eind. Wat een lullige motorbreker! Op Google Earth zie ik dat er nóg eentje loopt, nóg beter verborgen. Van Harte, Rijkswaterstaat, gefeliciteerd!
Ik vaar om de boei heen en nader de oever weer. In de verte, naast de villa, een sluisje. Dit zou weleens de gemeentehaven van Numansdorp kunnen zijn. Ik ‘spinner’ de sloot in. Ziet er goed uit. De nieuwe blinker loopt vreemd. Even kijken. Ja, geheel in de knoop, lijn overal omheen. Verdorie! Ik moet de speld openmaken om de lijn los te krijgen. Hèhè, ziezo. Ik werp in. Plomp, weg spinner. Speld vergeten te sluiten. Bart en ik maken een high five. Of nee, Bart, ik en Murphy maken een high five... Ik zet er een Rapala tweedelige ShadRap op. Klein maar veelzijdig. En een vanger! Ik trol verder naar binnen. De haven is eigenlijk niet meer dan een lange sloot met ligplaatsen aan één kant. Ergens in het midden een aanbeet. Los. Ik probeer het nog eens. Meteen raak. Een mooie baars!
Meteen raak. Een mooie baars!
Een nog een grotere, deze is veertig!
Ik ga een aantal keren op en neer en vang er weer eentje.
Baars nummer drie. Het blijft leuk!
Dan doe ik eens een Salmo dieplopertje op, speciaal voor baars, de Hornet. En wat vang ik?
Een snoek! Op dat Salmo dieplopertje, speciaal voor baars...
Nou, goddank eens even lekker beet. Ik trol naar buiten, even verticalen in het sluisje. Tik, maar mis... Voor het laatste, wat diepere stuk doe ik er toch maar weer de ouwe trouwe Rapala ShadRap aan. Dat dingetje heeft al heel wat vis aan het water ontrukt. Ik trol het grote water op. Jezus wat een wind! Het is nou écht wel vier! En totaal onverwacht krijg ik een aanbeet! Iets redelijk fors. Wat wordt het? Snoekbaars? Of toch snoek? Het is verdorie een baars, en wat voor één! Ergens tussen de 45 en de 50! Ik ga ‘m pakken. De boot ligt meteen dwars en rolt als een dolle op de golven. Gotver, daar laat de staartdreg al los en de buikdreg zit met één punt aan de buitenkant. Wat een bak! Ik grijp de kop. Auw, de kieuwstekel! De vis plonst terug en is los. En tot mijn afgrijzen merk ik dat ik naar een lullig los eindje wapperend braid staar... Alles weg. Nóg eentje. Precies twee tientjes bij elkaar. En het is koud. En de golven zijn veel te hoog. En het is al aan het schemeren. “Postzegels verzamelen!”, brul ik woedend in de wind. De jongens knikken, zij kénnen het...
Ik ga ‘t toch nog even bij de Haringvlietbrug proberen. Niemand meer te zien. Eén tik, maar hij lost. Stoppen en wegwezen. Er staat nog één auto. Het traileren verloopt moeiteloos. Wanneer ik bijna klaar ben loopt er een visser op me af. Hè, da’s de man met de gele boot, die vlak voor me het sop koos. Hij heeft er... zeventien! Godskolere, zie je wel, ik kan het niet. Maar dan vertelt ie hoe ie uur na uur na uur voor joker viste. Totdat ie ergens een paar kleine baarsjes begon te vangen. En daarna snoekbaarzen. Niet groot, maar toch. Eén stek, daar kwam álles vandaan. Blijkt die man ook nog op de Binnenmaas te vissen, zei het meer naar de andere kant toe, Mijnsheerenland.
Verder verloopt de terugreis voorspoedig. In de loop van de avond spreek ik Gerrit Hooijmaijers nog even. Een kennis van hem - ‘de Leermeester’ - heeft vandaag ook op het Haringvliet gevist, met een vismaat. De Leermeester – en die man kán vissen! – had er twee, een redelijk, een klein. Z’n vismaat alleen wat aanbeten... De eer is weer gered.
Woensdag? U hoort het natuurlijk weer. Inmiddels het bekende Petri Heil & Tight Lines.
Vang ze!
Jan Junge
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |




