| Jan Junge beleeft 19 november |
|
|
Heren! Nog even een ‘toetje’ na de ‘wilde’ woensdag gisteren. Boot opgehaald en voor het huis het hele zaakje gewassen. En nou ontdek ik een T-vormige scheur in mijn dure dekzeil! Weliswaar niet groot - 15 cm of zo - maar toch! Hoe komt dat? Geen idee. Ik maak van dat dikke zeilboot-elastiek een strop waardoor de verwijderbare achterlichthouder...
extra aan het staartstuk van de motor wordt bevestigd. Dat kan niet meer los. Terug naar de haven en vissen!
Omdat het al over twaalven is inmiddels, besluit ik maar om vanuit Raamsdonksveer te gaan vissen, hoe slecht het ook geweest is het afgelopen jaar. Gerrit Hooijmaijers kent verschillende snoekbaarsvissers die hun spullen aan het verkopen zijn. Gestopt! Het weer is mooi, zacht zonnetje, het waait zo tussen de 3 en 4, tikje minder dan verwacht. Ik trol het haventje uit en vis het kanaaltje af. Niets. Ik kan het niet laten en ga toch even verticalen op de driesprong voor de brug. Of achter de brug als je van de andere kant komt. Het ziet er zo vissig uit daar, en het is een stuk dieper dan de rest. Niets. Onder de brug. Niets.
Voluit naar de Amer. Rechtsaf naar de brug Keizersveer. Stoppen bij de gaten langs de strekdammen. Even verticalen. Niets. Mooi zoals de boot netjes blijft stilliggen omdat stroming en windrichting tegen elkaar in staan. In de toekomst zal worden uitgevonden dat deze wisselwerking tussen stroming en wind altijd leidt tot slechte vangsten. Onder de brug. Daar stroomt het toch behoorlijk. Geen andere vissers te zien. Geen tikje. Ik vaar iets verder door naar de driesprong met het Oude Maasje. Hier blijf ik geruime tijd droppicalen met een spierinkje erop. Langs de stroomnaad, diep en ondieper, flink stuk op de rivier, flink stuk naar de haven toe. Twee grote binnenschepen willen er aanleggen maar ik geef geen krimp. Motte maar om me heen...
Ik ga het Oude Maasje maar eens op. Rubber op de ene hengel, plug op de andere. Het blijft redelijk diep, 2,5-3 mter. Ik ga weer droppen bij en in het sluisje, er staat dik vier meter water, hier moet toch een roofviske zitten! Misschien wel zitten, maar niet bijten. Verder langs de haven Hermenzeil.
Het sluisje op de Oude Maas
Nu van een afstandje
Daar zie ik de Fortuna zowaar liggen, de boot van Bert, Bartjes vader. Het zou aardig wezen wanneer ik daar nou eens een snoekbaarsje onder vandaan kreeg. Oeps, daar schuur ik per ongeluk lelijk langs de wand. Hé er zit witte lak onder het mooie blauw. Morgen maar even langs gaan met een spuitbuske. Ik vaar nog 500 meter door. Niets. Terug, ander kunstaas erop, voor de snoekbaars en de baars. Haha wie lacht daar? Nog even met andere shadjes in het sluisje rommelen. Vergeet het maar, geen tikje. De zon blust zich oranjerood onder de zwarte horizon. Oh als ik toch maar wat vangen kon. Naar huis? Ik trol nog even onder de brug bij Geertruidenberg door, maar verspeel alleen maar mijn shadje.
De zon blust zich oranjerood...
In de haven staat een auto pal op mijn trailerplaats. Voor de zoveelste keer. Vloekend loop ik rond om de eigenaar te vinden. Tevergeefs. Het is al donker. Er moet een wit vak met NP op de grond geschilderd worden, maar dat kun je vergeten, daar is een havenmeester niet voor. En het hek mensen, dat is maandenlang niet op slot gegaan. Iemand had er tegenop gezeten en een en ander was nét zodanig verschoven dat het slot niet meer dicht ging. Maar zo’n havenmeester, die heeft wel andere dingen aan zijn hoofd. Belangrijker zaken dan een toegangspoort. “Die bierglazen, die zal ik nog maar eens afdrogen, je weet nooit.” Ik ben eens even goed gaan kijken waar het ‘m nou precies in zit, dat het slot niet goed sluit. Aha, de tong is net een tiende verschoven, kan niet meer goed in het gat. Ik pak een baksteen, tik, één keer. Het slot werkt weer als vanouds. Jaja, daar ben je havenmeester voor. Daar word je voor betaald, je bent niet voor niets medeverantwoordelijk voor de miljoenen die in je haven liggen te dobberen. Poets de glazen nog maar eens fonkelend op.
De volgende dag zie ik toevallig de man, die havenmeester. Ik ben nog steeds woedend en pak ‘m flink aan. Hij ken er nix an doen, het zijn de mensen die het stuk maken, je ken wel aan de gang blijven, ze moeten uitkijken met hun oto’s, het is de enen daag gemaakt en dan de aanderen daag weer stuuk. Gelul natuurlijk. En daar is nou juist een havenmeester voor: maken wat anderen gemoerd hebben. Wie daar niet tegen kan moet geen havenmeester worden. Maar dit even terzijde.
Wanneer ik de boot op het droge heb, blijkt de verkeerd geparkeerde auto verdwenen. Mooi zo. Ik steek de trailer naar achteren en stap uit om te kijken of ie goed staat. Hij staat achteraan op een fractie na tegen de al geparkeerde boot naast me. Dat is op het nippertje. Dan schiet me te binnen dat ik woensdagavond bij het parkeren precies hetzelfde had en dat mijn boord toen wél nét tegen dat van mijn buurman aanzat. Daar komt die scheur in het dekzeil van! Ziezo dat weten we dan alweer. Gelukkig is de buurboot geheel onbeschadigd, anders deed ik wel een kaartje onder het zeil met Gerrit zijn telefoonnummer...
Fluitend sluit ik het hek. Voel nou toch ereis hoe ie op slot gaat! Eigenlijk doe je het dáár voor, zo’n middag het water op. M knikt, ook hij is gelukkig...
Tot horen folks, en Tight Lines,
Jan Junge
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |



