| Jan Junge beleeft 18 november |
|
|
Lurewizzards! Storm! En ik moet vissen. Gelukkig niet te veel kans op veel regen, anders is het gelijk over. Kan ik ergens met de boot terecht? Een goede optie zou de Mark zijn, maar die helling... Binnenmaas kán, maar met storm is het daar ook niet mis, je wordt wel erg beperkt in je mogelijkheden. Gerrit komt met een redelijk alternatief: de Steenbergse Vliet bij de Heen. Er is een goede gratis helling en het is een fraai met riet omzoomd kanaal dat uikomt op het Volkerak. Op dat Volkerak zitten ernorme snoeken, maar in...
dat kanaal – in wezen het verlengde van de Mark! – wordt ook goed snoek gevangen. Oké, we toetsen de naam ‘De Heen’ in plus het adres en laten de TomTom het werk doen. Geen files, de reis gaat vlot. Er zijn wel twee kanttekeningen. Waarom moet ik door het hartje centrum van Steenbergen? 'Gelukkig’ is er een omleiding, ieder gehucht, stad, knooppunt of dorp heeft z’n omleiding. Binnenkort zal ik zelf wel aan de beurt zijn. Ik kom nota bene vlak langs de woonstee van mijn oude visvriend Rob Schneider! Ik passeer de Heen. Een echt gat, misschien straalt het wel iets uit in de zomer, maar nu is het vooral schrale armoe en dodelijke verveling.
Dan kom ik bij kanttekening twee. De weg van de Heen naar het water - haventje De Vliet - is nauwelijks meer dan een verbreed fietspad. Maar dat zijn we wel gewend. Alleen is het heden ‘suikerbietentijd’. De hele dag rijden karren met bieten op en neer, de weg plaveiend met bagger. Vette klei meneertje! Stapvoets rijd ik over de centimeters dikke laag, een geluid van natgereden sneeuwbrij komt onder de banden vandaan. ‘Bestemming bereikt’. Tja, dat zegt ie wel meer, maar ik zie geen helling. Aan het eind van de weg is een splitsing: links en rechts. Links is de sluis, rechts de haven. Maar het is een vrije helling, dus moet ik niet de haven in. Ik rijd het weggetje naar de sluis op. Het is bochtig, smal, omringd door bomen en loopt omhoog. En daar hebben we het: dit is dus niet de bestemming en er is geen draairuimte. Tomtiedeleiedom, dat wordt terugkruipen. Op het laatst rijd ik nog net een verkeersbord scheef, maar dat is schilderachtig. M neuriet een optimistisch deuntje. Nu dus rechts af. Een hoge kade, geen helling. Maar dan zie ik ‘m dan toch plots liggen, keurig verborgen, maar niet te steil. En mooi uit de wind. Stoppen, zeil van de boot af, troep erin. Maar wat ziet alles eruit! Ik heb mijn auto gisteren eens goed gewassen – echt mensen -, ik zweer het, geen geintje voor het ‘leuke’ effect of zo. Tot aan de ramen grijs. De boot is totaal bespat, het dekzeil is ook al vuil en de trailer zit onder de dofgrijze smurrie. Gelijk schoonmaken flits het door me heen. Maar wanneer ik Murphy ernstig zie knikken, bedenk ik me nog een keer. Dan heb ik het: ik moet nog terug ook! Heb je alles afgewassen moet je er wéér langs. Mooi niet. Heb ik M te grazen of niet?
Ik rijd de trailer meters het water in, maar als ik uitstap sta ik pas een decimeter diep. Ik ga er even voor zitten en ga tot over de wielnaven. Hopsakee! Maar nou heb ik toch even een probleempje. Wanneer de helling nogal vlak is en ik allenig ben - da’s iets anders dan eenzaam - dan krijg ik de boot alleen maar met de grootste moeite aan het rollen. Vermoedelijk komt dat omdat de achterste kielrollen zijn ingesneden, die zijn van rubber maar die moeten eigenlijk van polyurethaan (PU) zijn, da’s beter, die slijten veel minder snel en scheuren niet. Ik krijg de boot er tweederde af. Nou staat ie op de motorstaart blijkt al snel, zo ondiep is het! Het aardige van deze situatie is dat wanneer je de boot instapt om de motor op te klappen je door je gewicht alles nog veel erger maakt. Teruglieren dan maar. Er komt een snaarstrakke spanning op de trekband, maar de boot wil niet, die zit klem. Ik koppel de band weer los en ga het anders proberen. Ik rijd de trailer er gewoon onderuit! Voorzichtig, langzaam! Het lukt. Er breekt niets, en ik kan de boot met de punt de andere kant optrekken naar wat dieper water. De kenners traileren natuurlijk altijd met een opgeklapte motor, ik dus ook in het vervolg.
Het is even over half tien. Het waait inderdaad keihard. De luchttemperatuur is al redelijk, iets boven de tien graden. Het is wel érg zwaar bewolkt, we zullen het toch wel drooghouden? Mensen, ik ga het heel kort maken. Dat kanaal is prachtig, grote rietkragen, nog wat zijsloten, - verboden! - rustgebieden voor vogels aan alle kanten, schone bodem, gemiddeld zo’n 2,5 – 3 meter diep. En er zitten nog bochten in ook. Ik vis door het midden met dieplopende spulletjes voor zowel snoek als snoekbaars. Ik probeer het met ondiep lopend aas langs het riet. Ik stop waar mogelijk bij de wat diepere stukken om te verticalen, vis de enige brug nauwkeurig af. En het valt inderdaad niet mee. In de wind vissen is niet mogelijk, je moet de luwtes pakken. Dat gaat redelijk goed, maar kost veel inspanning. En het levert allemaal helemaal niets op. Geen tikje! Ik ga nog eens tussen de schepen verticalen, er moet toch echt vis zitten. Niente.
Het Sluisje gezien vanaf de Vlietkant.
Iets over drieën ben ik terug. De enige visser. Nog wel twee witters gezien, één ervan met een onbewegelijke oranje drijver ergens een stukje uit de kant. “Niets gevangen!” Ik vaar naar het sluisje. Het is een schitterend oud sluisje, niet geschikt voor binnenscheepvaart, maar wel voor jachten. Er staat een groot bord. ‘Verboden op en in de sluis te vissen en te zwemmen’. Op een sluis zwemmen? Mwah... Ik vaar de sluis door en kom in de brede sloot die naar het Volkerak leidt. Die sloot blijkt tussen de drie en vier meter diep. Nog eens even verticalen. Dit keer eens een geel shadje. Met een spierinkje erbij. En verdomd, de eerste beet van de dag. Mis natuurlijk. Ik verdubbel de inspanning, helaas... Ik vaar verder richting Volkerak. Véél binnenschepen in de verte. En veel witte golfkoppen. Er staat een deining als was het de branding van de Noordzee. De golven knállen echt uit elkaar op de boeg van de voortzwoegende binnenschepen, schitterend! Jammer genoeg wordt het hier niet dieper. Ik krijg geen beten. Ik nok ermee. Maar ik ga dus wel even een plugske door die verboden sluis trollen. Al bij de eerste deur wordt de dubbele Rapala ShadRap gepakt. Een aardige vis, moeilijk te zeggen wat het is. Het blijkt een baars. Dik over de veertig. Aan z’n bek te zien is ie kortgeleden ook al eens gehaakt.
Niet scherp, wel fors...
En daar vang ik bij de tweede deur nog zo’n stekelaar! Een stuk kleiner, maar toch. Ik besluit om net buiten de sluis nog eens een rondje te gaan verticalen, er staat vier meter water, goed vooruitzicht.
Mensen dit geloof je toch niet? Helemaal geen kip te zien de hele dag - geen enkele kans op wat voor precedentwerking dan ook – om even in vaktermen te blijven, maar toch in de storm naar buiten komen om in de invallende schemering een man in een bootje weg te gaan jagen! “Joops leven achter de gordijnen.” Ieder z’n hobby zullen we maar denken.
Traileren. Geen probleem. Als alles klaar is, is het donker. Ik rijd het baggerweggetje af. Hoe het kan weet ik niet, maar dat weggetje is nu droog. Kurkdroog. Naast me buigt M dubbel... Door de hoofdstraat van Steenbergen. Kruidvat, Blokker, Bart Smit, de hele Nederlandse cultuur is hier vertegenwoordigd. Maar moet ik er nou echt langs met m’n trailer? Thuis eens goed bekijken.
Ik rijd rustig. Vanochtend heb ik New Cool Collective uit de luidsprekers laten schallen, nu wil ik even rust. Ik zit op de rijksweg wanneer ik een tinkelend en enigszins slepend geluid lijk te horen. Zo’n trailer maakt altijd wat herrie. Toch blijf ik goed luisteren, je weet maar nooit. Het geluid blijft. Ik besluit het raam eens even te openen om beter te kunnen horen. Op dat moment word ik ingehaald door een wit busje dat luid toetert en even naast me blijft hangen. Ja!, godverdegodver, daar heb je het, er klopt dus iets écht niet! Ik doe de alarmverlichting aan en stuur de vluchtstrook op. Fantastisch, geen licht hier. In de verte komt ook het busje knipperend tot stilstand. Ik verdenk het frontwieltje: moet naar beneden gezakt zijn, bandje erafgelopen, vierkant aluminium velgje, totaal weggesleten. Maar het frontwiel zit hoog en droog en ik zie niets onder de dissel hangen. De achterverlichting schijnt gewoon te werken. Daar komt de bestuurder van het busje aanhijgen, hij loopt gelijk door naar achteren. Dan zie ik het ook. De afneembare kentekenplaat/achterlichthouder is losgeraakt en aan één kant op het asfalt gezakt! Hoe kan dat nou toch? Ik draai de dubbele, met grote zwarte knoppen uitgeruste moeren altijd met kracht aan. Het lijkt aanvankelijk of we een pijp missen, maar alles zit er nog aan! De losgeraakte pijp is flink weggeschuurd en ook een punt van het nummerbord is verdwenen, maar het lijkt mee te vallen. “Ik zag plotseling een vonkenspoor achter uw auto uitkomen”, zegt de bestelautoman, “ik dacht eerst dat het de uitlaat was.” We zetten de zaak weer vast. Ik bedank de man hartelijk, het is een handige kerel, rijdt vaak met een aanhanger.
Ziezo, dat wordt dus weer een extra borg voor die metalen houder. Ik denk aan dat dikke zeilerselastiek van wel bijna een centimeter doorsnee waarmee ik een extra klemverbinding maak tussen het staartstuk van de boot en die afneembare stalen constructie. Als de constructie maar niet te ver uit de houders op de trailer kan schuiven is het goed. Ik moet gelijk weer denken aan die bevestiging van trolmotoren: die vallen er ook om de haverklap af. Worden op dezelfde wijze vastgezet met van die dikke bouten waaraan van die vette, zwarte vastdraai-sterren van plastic of rubber. In combinatie met trillingen hoogst onbetrouwbaar.
Weinig vis, toch weer een mooi stukje drama. M knikt tevreden. Morgen waarschijnlijk wéér vissen. De heren horen ervan. Tight Lines.
Jan Junge
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |



