Home Jan Junge beleeft! Jan Junge beleeft 10 november

Zeehengelsport

Sponsored Links

Sponsored Links


Jan Junge beleeft 10 november E-mail

Kerels! Eerst even dinsdagmiddag 10 november, da’s een zgn. ‘extraatje’. Tja wat precies te doen? Er moest in de eerste plaats nogal wat aan mijn boot gebeuren. Beetje van binnen schoonmaken, anti-slip matjes overal, dat er bij het varen niet de godganselijke dag van alles aan dozen en koffiebekers op de grond pleurt, een paar haken aan weerszijden voorop de punt zodat de spanband voor de trailer niet over het tapse deel gaat glijden en – gastvaarders opgelet! - een...

 

tweede 3-delige witte Berkley hengelstandaard. Ja, ja dat stoeltje komt er ook nog wel! Plus een betere elektromotorsteun in de vorm van een plankje tegen de spiegel. Het is namelijk zo dat elektromotoren altijd los gaan zitten tijdens het gebruik. Murphy moet er iets mee te maken hebben. Een toch voorzichtige man als onzen Gerrit H. is óók al eens zo’n motor kwijtgeraakt – of bijna kwijtgeraakt - plus een complete bb motor, maar da’s een ander verhaal en haast iedereen (Bram!?) heeft een narrow escape gehad, waaronder ik. De motor zit nu stabieler vast, maar 100% is het zeker nog niet. Gerrit heeft een plan, ik wacht nog even af.

 

Over narrow escape gesproken, eergisteren sloot ik de garagedeur, da's op zichzelf niet zo bijzonder, maar nou staan er altijd een aantal hengeltjes naast die deur en toen ik die deur sloot, toen ging dat een beetje moeilijk. Belangrijker echter was dat er tegelijkertijd met het sluiten een soort knisperend geluid hoorbaar was. ALARM! In een fractie van een seconde gooide ik de deur weer open. Mijn rode Rozemeijer fireball was in de deurspleet gezakt met het topje in de scharnierkant... Het lijkt erop da’k nét op tijd was: lak beschadigd, maar geen deukje of zo. Zul je toch zien dat het eindstuk plots een keer in ene afbreekt wanneer ik er weer eens mee ga vissen. Daar horen jullie weer van, natuurlijk. M knikt ernstig.

 

Vissen dus. Nogal kort dag, zowel letterlijk als figuurlijk, dus toch maar Biesbosch. Het is waterkoud, behoorlijk wat wind en veel regendreiging. Ik trol het slootje uit. Niets! Vaar wat rubber onder de Geertruidense brug door. Niets! Volgas naar de brug Raamsdonksveer, want ik wil gaan snoekbaarzen. Flinke golven op de Amer, maar het is nog net volgas te doen. Er ligt een reparatieboot te rommelen aan de peilers van de brug, maar ik ga gewoon aan het droppicalen. Er staat weinig stroom, er is redelijk goed te vissen. Onder de brug geen tikje. Uitwijken naar de afslag er vlak achter. Er verschijnt in de verte een andere vissersboot onder de brug, een flinke wit-blauwe polyester boot met drie man erin.

 

Klap! Beet! Ik haal een snoekbaars van een dikke halve meter op. Dikke halve meter mag je letterlijk nemen, hij bárst bijna! Omdat alles nattig is, neem ik maar geen foto. Mijn mobieltje is ook al gesneuveld omdat het nat is geworden. Ik had ‘m in de jaszak: ‘goed bij de hand voor alstie gaat’, maar de klep boven die zak bleef openstaan - nieuwigheid... - terwijl het plensde. Nou zitten er voor de afwatering twéé gaatje onderin die zak, maar net niet genoeg onderin: ze zitten te hoog. Water in de zak, mobieltje in de prak. Wat een leven heeft die Junge... Maar dit even terzijde.

 

Goed, eerste vis binnen. En ginds kijkt die visboot, daar komt hij al aan. O lieve Sint Nicolaas laat hem toch vergaan. Het is al weer haast december. In de boot staan drie oudere mensen, echte Brabanders, buitenlui, boerenmensen, lomp, gezet, wantrouwend, dus vast kloppers, maar wel tot vriendelijkheden bereid. Aan vooroordelen doe ik niet, alles is waar. Er is ook een vrouw bij. Watofzuhebbu? Baerkse? Kan ook bearske geweest zijn. We vissen een uurtje om elkaar heen, ik zie niet dat ze wat vangen, maar mijn ogen zijn niet je van het. Ik nok ermee, geen stootje verder. Op naar het Spijkerboor. Rubber op de handhengel, vrij dieplopende plug op de andere. Niets. Ik kom op de Vier Winden. Geen visser te bekennen. Droppicalen. Ik hou het drie kwartier vol, in de verte nadert een pikzwart regenfront. Toch kan ik het niet laten om weer met wat ander kunstaas tot aan de Amer te trollen, overigens zonder resultaat. Volgas naar de haven. Dat ga ik niet redden, een wonder dat het nog niet plenst. Bij het slootje aangekomen draai ik het gas slechts half dicht, de eerste druppels vallen al. In de verte doemt de villa op van de Golfman, of hoe we ‘m ook noemden. Die man is geobsedeerd door snelvaarders in die sloot. Ik heb al eerder met ‘m te doen gehad. Geschreeuw van “politie”, “aangifte”, "asociaal”. Mijn botendealer Ed Nieuwenhuizen heeft eens een keer door het ijs in die sloot gevaren. Gelijk kwam de oude naar buiten rennen: vuistgeschud, geschreeuw. Ed waagde het niet om door te varen... Tja, nou liggen er inderdaad veel bootjes en jachten, en het is uiteraard beter, mooier, en fijner wanneer er géén golven staan, maar je kunt een boot toch zo vastleggen dat golven geen kwaad kunnen? Hoe gaat dat dan bij storm, vraag je je wel eens af. In ieder geval zie ik geen licht in de villa en vaar snel door. Geen scheuren, wel snel varen, ik denk 15 km/u of zo. Plots een keiharde schreeuw. Een man op de kant met beide armen geheven. Ik groet vriendelijk terug. Draai na enige aarzeling het gas toch maar terug. Was dat Golfman?

 

Wanneer ik klaar ben met traileren ga ik de auto halen, die staat buiten het hek. Een man loopt snel voorbij. Ik ben er op voorbereid dat Golfman wel eens het terrein op kan komen, hij is er fanaat genoeg voor. Maar plotseling draait de voorbijganger zich met een ruk om en springt voor me. “Wat is er nou zo leuk aan dat hard varen meneer!”, begint ie te roepen. “Daar liggen allemaal bootjes van arme mensen die geen cent te makken hebben en u vaart alles naar de godverdomme!” “Als het hard gaat waaien spant u zeker een zeiltje”, zeg ik, maar hij hoort het niet eens. Ik maak een aantal relativerende opmerkingen en zeg dat ik mijn fout nu duidelijk inzie en mijn leven zal beteren. Maar de oude heeft beet en schudt als een terriër aan zijn konijn. Ja, hij is de eigenaar van gindse villa en ja, hij is óók de eigenaar van gindse aanlegplaatsen. Hij heet Jan trouwens, van achteren zit er iets met een ‘o’ in. Ik heb het: Jan Hompus. Onthoud die naam. Jan is de Hoeder der Boten en Arme Mensen. Nou ja, het kan natuurlijk beroerder. En eerlijk is eerlijk, een tikje aso is het natuurlijk wel, met 15 km/u golven trekken in een slootje van 15 meter breed. Maar het drama van vandaag is weer binnen, en dat is het belangrijkste. En dat de regen niet heeft doorgezet.

 

Woensdag 11 november. De bedoeling is het Haringvliet. Windkracht 3 en alleen regen in het noorden en oosten. Moet kunnen. Maar wanneer ik opsta, regent het en het weerbericht van 7 uur op de radio is niet geweldig. Ik aarzel maar ga toch. Nou wil het geval dat ik de sleutelhanger van de haven kwijt ben. Nergens te vinden. Daar zit de sleutel op van het toegangshek én de sleutel van het disselslot van mijn trailer. Maar ik heb altijd reservesleutels, dus daar dan maar mee behelpen. Wanneer ik voor het hek sta en mijn portemonnee open: géén sleutel. Oh god, die heb ik gisteren in het slot gedaan en de sleutel erin laten zitten omdat ik ‘er zó weer uit zou rijden’ en dan moet dat hek toch weer op slot. Maar dan is er die meneer op het haventerrein die zegt: ”laat het hek maar open, ik vertrek over 5 minuten en doe het wel dicht.” Sleutel erin laten zitten! Je vraagt je af of Murphy nog wel nagels over heeft, zo staat ie te vijlen... Reservesleutel weg, sleutelbos weg. Een perfecte ‘Junge’.

 

Ik rijd naar huis. Voordeel is dat ik nou toch comfortabel kan poepen. Ziezo. Tja, wat nu? Naar Wilnis? Naar Numansdorp om daar wat te snoeken? Gedachteloos steek ik mijn hand in de zak van mijn fleecevest. De sleutelbos! Daar is ie! Terug. Trailer achter de auto en rijden. Het regent nog steeds, dat wel. Bij de Haringvlietbrug is het erg druk. Ik tel zeven Belgische auto’s met trailer, één Duitser en één Nederlander, Bij het te water laten, komt er nóg een Nederlander aan. Varen. Het waait harder dan gedacht, zuidwest, dus ik zit aan lager wal. Ik schat windkracht 3,5. Het is een tikje nevelig zelfs. En het regent, niet hard, maar toch. Ik ga het gelijk maar eens even proberen onder de Haringvlietbrug, tweede portaal, lekker diep. In de verte zie ik diverse bootjes, en zie ik daar nou bellyboten? Het vissen valt niet mee. Er staat een flinke korte deining, heel onrustig. En gelijk het oeroude verticalersdilemma: je kunt alleen goed op koers blijven door de kont van je boot in de wind te steken en zo tegen de wind in te varen. Maar de spiegel van een Quicksilver is daar te laag voor, je krijgt water over bij deze golven. Maar met de punt in de wind dreigt de boot steeds opzij te worden geblazen, je corrigeert je een ongeluk. En doe je niets dan ga je dwars als een gek liggen dobberen. Maar je mag zelf kiezen uit al deze mogelijkheden, dat dan weer wel...

 

Ik worstel een tijdje door. Dan hoor ik de doffe dreun van een toeter. Hè, watte? Ik kijk om. Ja, ja, ja, daar hebben we Junge weer! Een groot binnenschip ligt op ramkoers. Neem ik de uitdaging aan? Eh..., nou nee, maar dan moet ik wel als de bliksem wegwezen. En mijn motor staat uit. Ik laat de elektro voluit achteruit slaan. Het gaat langzaam, maar snel genoeg om al flink wat water over de spiegel te krijgen. Mijn nieuwe tas lijkt me redelijk waterdicht, maar niet met de klep open... Ondertussen start ik de echte motor. Yes! Ik maak een oude fout, kleun ‘m in z’n achteruit. Een emmer water gutst over de spiegel. Godsamme, gauw de pomp aan. Gelukkig, ik ben weg. Schaapachtig zwaai ik naar de dekknecht op het voorbijstomende gevaarte. Die roept iets. “Niet... vaargeul!”, versta ik. Wat bedoelt die man nou toch in hemelsnaam? Geintje. Ik lag midden in de officiële vaargeul onder de Haringvlietbrug. Hmmm...

 

Ik verleg de koers meer naar de middensecties van de brug. Ik zie dat er inderdaad een grote hoeveelheid bellyboten ronddobbert onder de oever aan de overkant. Jammer, nou is dat deel – de luwte! – al bezet. Rond de middensecties van de brug staat wat minder water, gemiddeld een meter of acht, met uitschieters van tien, elf meter, maar die plekken zijn klein. Bij de peilers is het een stuk ondieper. Je hebt dus niet zo heel veel goed diep viswater onder de brug. Ik maak me zorgen over die acht meter, is dat niet te weinig? Moet het niet minimaal tien zijn, liever elf, twaal meter? Ik heb minispierinkjes bij me, voor op de rughaak. Je vist dan een drophotshadje met een dood spierinkje op z’n rug. Ziet er slordig uit maar werkt meestal erg goed. Tonk! Verdomd, daar is de eerste al! Zo te voelen nog best een leuke vis. Het is een snoekbaars van tegen de zestig. Maar je gelooft het niet, hij valt er af bij het pakken! Shit! Inmiddels is het aantal bellyboten opgelopen tot rond de vijftien stuks! Ik zie een paar snelle boten nerveus heen en weer schieten tussen die dobberende hondenhopen, want daar lijken die belly’s op, van een afstand. Zo’n taartje met een punt erop, kennen jullie dat? Zou dit misschien een wedstrijd zijn? Of is dit een cursus?

 

Zijn dat nou drijvende hondendrollen?

 

Zock! Weer een aanbeet. Hangen. Lekker pompen. Daar komt ie! Hij duikt naar beneden, hengeltje króm! Een heel mooie vis, beetje bleek, waarschijnlijk rond de zeventig. En dik. Dat doet een mens goed. Het is wel nogal druk. Her en der zie je een alu met 50 km/u rondscheuren op zoek naar weer andere stekken. Rond de brug liggen er nu vijf, afgezien van de belly’s. Af en toe een beetje regen, maar het ergste lijkt voorbij. De wind blijft relatief fors. Wat is groot water toch kwetsbaar voor wind wanneer je gaat verticalen. Ik begrijp die frontmotoren – op de punt gemonteerd en radiografisch bestuurd (peperduur!) – nu beter.

 

Mooie dikke snoekbaars. Vijftiger!

 

Een slappe aanbeet, maar de vis blijft hangen. Dit is ‘m. Zien jullie hoe dik of dat ze zijn? Ik vraag me af of het al te maken heeft met de aanmaak van hom of kuit, of dat het gewoon volgevreten vissen zijn. Ik vermoed het laatste.

 

Snoekbaars. Zien jullie hoe dik hij is?

 

Meteen daarop de tweede, zit ik in een school? Jawel, hoor, proefwerk! Nee hoor, geintje. Het duurt een uur voor ik weer beet krijg. Na een paar meter pompen lost ie. Dat een gemiste vis iets anders is dan een mistige vis zien jullie hieronder. Die ving ik dus wél, maar dat is wellicht een beetje een overbodige opmerking.

 

Snoekbaars. Let op dat roze shadje...

 

Snoekbaars! Lekker gefotografeerd Jan!

 

Ik spreek maar eens een voorbij dobberende bellyboot aan. Het blijkt inderdaad een wedstrijd en het zijn inderdaad Belgen. De belly’s zijn er aan de overkant ingegaan, die hebben geen helling nodig, de begeleiders wél, vandaar die Belgische trailers aan ‘mijn’ kant. Maar een flink deel van de Belgen is gewoon ergens aan het vissen, horen niet bij de wedstrijd. De Belg heeft nog niets gevangen, wel drie missers. “Je moet eens een roze shadje proberen, heb je die bij je?” De man knikt. “Doen!”, brul ik, “die zijn het hélemaal!”. Je moet zo’n man vertrouwen geven, da’s het halve werk. Hij begint al op te spoelen, mooi zo.

 

Wanneer ik tien minuten later weer z’n richting opkijk, zie ik iets vreemds. De Belg zit diep voorovergebogen in z’n belly die verontrustend naar voren dipt. Wat is dat? Dan komen armen en hengel weer uit de golven omhoog, om meteen weer omlaag gerukt te worden. Godsammekolere hij heeft er eentje aan, en wát voor een! Fanatiek frummelt de man aan de molen. Wanneer ik dichterbij kom, grijnst ie verontschuldigend. “Slipske te vast”. “Ies nen helen goeden!” Dat is natuurlijk geen Vlaams, maar vast zuiver Brabants. Ik hoor het wel van den Baartjen. Nou dat hoef je mij niet te vertellen dat het een kanjer is, man en boot lijken wel de drijver van een levend aas visser. De schepboot komt er aan scheuren. Ik hoor kreten. Daar zit ie in het net. Iets gróóts wordt de boot ingetild. Even later zie ik de snoekbaars in z’n totaliteit. Een kasteel. Een balvormige buik met zo’n walnoot van een anus eronder. Vierennegentig!

 

Een bak van een snoekbaars!

 

Jammer van de foto, dat lijkt uiteraard nergens op, maar ik was bang dat de vis zó over boord zou gaan. “Goed idee dat roze shadje!”, kan ik niet laten. De Belg knikt bleekjes. Hij is nog tien minuten bezig de snoekbaars te nursen, die draait steeds op z’n rug. Dan komt iemand op het idee om ‘m te plonzen, ze werpen ‘m van een meter hoogte en de vis is gelijk weg.

 

Snoekbaars. Weer dat roze shadje!

Een kwartier later heb ik weer eentje op. De aanbeten zijn duidelijk maar niet knalhard.

 

Ik zet de laatste er maar gelijk naast, dat vult mooi op. Tegen de schemer nemen de aanbeten niet toe, maar juist af. Het laatste uur krijg ik nog een aardige vis vast, maar vlak onder het oppervlak raak ik ‘m alsnog kwijt. En dat was het dan.

 

Snoekbaars. En weer op dat roze shadje!

 

Het is even in de rij staan bij het traileren. Wat ik nou weer niet begrijp is de eindeloze stompzinnigheid van de gemiddelde automobilist/visser. Er is maar een smalle strook verharde weg naar de helling, aan beide zijden door strandzand gemarkeerd. Uit dat zachte zand moet je dus wegblijven. Maar honderd meter verderop, daar kun je dus wél van de weg af, De gemiddelde traileraar rijdt echter z’n net opgehaalde boot vijftig meter de weg op, stopt en gaat pardoes staan klaarmaken. Alles geblokkeerd. Oh ja, moet u erbij? Ik zet ‘m wel even weg. Vijftig meter verder stopt ie weer. Nog steeds alles geblokkeerd, maar nummero twee past er nu nét achter. Nummero drie en vier moeten maar ‘even’ wachten. Echt onbegrijpelijk. Ik ga maar een praatje maken. Ik ben de enige Ollander en ik zie me al aanwijzingen geven hoe de heren moeten trialeren. Hmmm nee. Er is goed gevangen, de Belgen zijn redelijk tevreden. Alleen het formaat is aan de kleine kant, er zit nogal wat bij onder en rond de vijftig. Er is een boot bij die er tussen de twintig en vijfentwintig gevangen heeft. Zeggen ze.... Nou ja, ik ben hier nieuw en ik heb pas vanaf half elf gevist, troost ik me.

 

Het is bijna donker. Ik kan rijden, alles brandt. Waar is de blusser? Grapje dit. Geen files, geen brokken, geen narrow escapes. M geeuwt. Het was al met al toch een geslaagde dag. Volgende week proberen we het weer. U hoort er van. Tight Lines.

 

Jan Junge,

 

Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com




   
   
 
Meer uit deze serie

Google Translate

Highlights

Cormoran / Daiwa

Cormoran

Sponsored Links

Sponsored Links

Onderlijnenvooropzee.com | Onderlijnenvooropzee.nl | Sea-Fishing-Tips.com
| Zeevissen | Strandvissen | Kantvissen | Surfcasting | Bootvissen | Wrakvissen | Hengelsport | Zeevis onderlijnen | Zeevis tips & trucs | Hengelsport knopen |