| Jan Junge beleeft 4 november |
|
|
Friendz! Het wordt heel moeilijk met het weer voor woensdag: windkracht 4 met buien. Aanvankelijk wilde ik het nogmaals bij de Haringvlietbrug proberen, maar volgens Gerrit Hooijmaijers was dat slecht vissen met windkracht 4 uit het zuidwesten. Dan zou ik beter bij Middelharnis terecht kunnen, daar schermt een flinke dijk de wind uit het zuidwesten behoorlijk af. Maar zijn keus zou het niet zijn om morgen voor groot water te gaan.
De Biesbosch en omstreken is nog steeds een drama wat vangsten betreft, Zwijndrecht is ook niet mak met dit weertype – nog afgezien van het politieoptreden aldaar: het hágelt bekeuringen!! - en Dordrecht, daar blijk ik geen vergunning voor te bezitten! Broodvisser Klop heeft een flink deel in handen daar, vergunning €20,00, en een ander stuk is weer van een ándere beroepsvisser, vergunning € 50,00. Uit de brand ben je!
Ik wacht tot de ochtend. Regen klettert tegen het raam, omdraaien en nog even doorpitten maar. Een uur later sta ik op. Alles zeiknat buiten en het regent nog steeds. En behoorlijk wat wind. Geen boot dus vandaag. Ik ga met de auto richting Ronde Venen. Ik kan goed doorrijden. Bij Vleuten zie ik een aardig stukje water. Proberen. Ik gebruik eerst eens even de kleine Suick. Da’s toch wel heel duidelijk de voorloper van de moderne jerkbaits! Niets. Dan eens even de nieuwe Spro jerkbait proberen. Doet het prima, lijkt als twee druppels water op de Busterjerk, ook in actie. Maar ik vang geen vis en het gaat regenen. Capuchon op en een bepluimde deltaspinner geprobeerd. Dat duurt niet lang want het gaat nu hárd regenen. Ik moet me strategisch in de auto terugtrekken. Net begonnen en ik druip alweer van het water. Alles beslaat. Ik zet de airco aan en de verwarming hoog. Het blijft regenen, ik kan net zo goed nog maar een stukje rijden...
In no time zit ik richting Kamerik en neem ik weer de bekende weg richting Portengensebrug. Ik passeer de spoorweg en daar zie ik de afslag alweer bij de boerderij. Het regent nog een beetje. Ik pak de verkeerde hengel en daar zit nog een shadje op met een 24 grams kop. Te zwaar voor de polder, maar die shadjes, daar had ik hier al een keer opvallend veel succes mee. Vermoedelijk omdat ze hier niet zo veel gebruikt worden. Wanneer je ze ‘in de worp’ opvangt en een snelstart maakt zijn ze toch nog aardig te vissen, zij het erg snel. Maar da’s eerder een voordeel dan een nadeel. Binnen een kwartier ‘iets raars’, het blijkt een snoek die de lijn slapzwemt. Het is een aardige en ik krijg de gripper pas in z’n bek wanneer ik mijn tas verwijder en plat op het natte gras ga liggen. De wraak van Esox. Op de kant is ie gelijk los. Hij meet net 80, groter dan verwacht.
Ik vis zonder aanbeten verder. De boerderijhond gaat aan één stuk door tekeer aan de overkant van het slootje. Ik heb medelijden met de boerderijers daar. Ik steek de weg over. Daar ligt het ‘sluisje’. Stelt haast niets voor, een pomp is het eigenlijk. Ervoor een verbreding waar ik al vaak snoek ving. Bij de vierde worp wordt het toch snel binnengeviste shadje voor mijn voeten weggegrist door een zilveren flits. Hebbes! De snoek vecht als een duivel, niet te geloven gewoon. Twee keer springen, kopschudden bij de vleet, en maar steeds wegrammen, meters door de slip. En zo heel groot is ie nou ook weer niet. Ik gripper ‘m, gelukkig is de kant hier een stuk lager. Dit keer zit het rugdregje met twee haken in een kieuwboog. De weerhaakjes zijn min of meer platgeknepen, maar niet helemaal. Een heel gemodder. Ik weet heel zeker dat ik deze snoek al eerder ving, hij is namelijk vreemd licht van kleur, echt grijszilver. Je ziet het ook aan de vinnen.
Op de foto lijkt ie groter dan de eerste, maar hij is 78, dus 2 cm kleiner, en ook de kleur lijkt niet veel te verschillen, da’s het verneukeratieve van de camera. Plons, terug ermee.
Nou da’s niet gek! Goed begin. Ik vis vol verwachting verder, maar het komende uur brengt niets meer, ook niet als ik eens de Pako probeer. Verder dan maar weer. Na zo’n vijfhonderd meter zie ik een oudere man staan snoeken. Spinner. Ik houd aan. Even vragen hoe of ut gaat. Hij heeft er twee, vlak achter elkaar gevangen, tien minuten geleden. Is al uren bezig. Heeft het hele stuk al gedaan, tot ver voorbij het verkeersplein bij Portengen. “Maar daar is het glashelder, zinloos om er te vissen.” Hè getver. Toch Junges Hoekje maar proberen. De man heeft echter gelijk: én glashelder, én geen stootje. Ook bij het electriciteitshuisje is het niets.
Het is smerig weer. Waterkoud in de wind, nat, er is heel veel water gevallen, overal grote plassen. Hoe kan het dan dat het water zo helder blijft? En weer een flinke bui. Ik rijd naar de villa. Niets. Ik moet troebeler water zien te vinden. Ik rijd het Donkereind een stuk af en sla bij Frits’ cafetaria rechtsaf, da's de Ter Ase Zuwe. Aan het eind stop ik om de kruising aldaar te bevissen. Niente, en verdomme alweer een bui. Hagel. Instappen en doorrijden. Ik kom uit op een wondermooi gebiedje, wel wat kunstmatig, maar veelbelovend. Het is de Bosdijk.
Leo knikt, die kent dat daar. Het is helaas nog behoorlijk begroeid. En glashelder. Al snel zie ik onder de kant waar ik mijn shadje ophaal een verdwaasde snoek staan. Ik werp in rap tempo een winkel aan kunstaas over z’n schubbekop, maar hij reageert nergens op. Er komt een man aan op een soort trike. Hij heeft een doos met oranje vlaggetje bij zich. Daar stopt ie al naast me. Meteen vang ik aan met het Wilhelmus. Het blijkt de muskusrattenvanger. Hij heeft een kooi verstopt in de betonnen doorwateringspijp waar ik bij sta te vissen. Een stuk of vijftien kreeftjes zitten er best wel in! “Da’s altijd zo.” Wat of ie er mee doet. “Teruggooien.” Hier zie je een mooi stukje ‘moderne maatschappij’. Die kreeftjes zijn een grote overlast, net als muskusratten. Ze zijn ook eetbaar, trouwens. Zo’n man haalt op een dag, pak weg vijftig kooien op. Maal tien kreeften, om het maar even heel bescheiden te houden. Da’s vijfhonderd stuks minder in één keer. En er lopen nog veel méér muskusrattenvangers rond in de polder. Een bepaalde combinatie ligt voor de hand, zeker met een leger polderambtenaren achter de hand dat niets anders doet dan dan ‘plannen’ en (‘coör)dineren’. Niet lachen jongens, da’s misselijk. Maar nee, we gooien die kreeftjes terug...
Later zag ik nog zo’n trike, die met behulp van een listige takel achterop een speciaal op de muskusratvangers afgestemde bestelauto werd gehesen. Het doel en de middelen. Je ziet steeds hetzelfde: namelijk dat op zeker moment de middelen het doel zijn geworden...
Ik vis nog een half uurtje door en dan is m’n accu plotseling geheel leeg. Het is iets over drie uur, het is ietsjes aangenamer geworden, hoewel zich her en der nog zwarte wolken samenpakken. Zo langzamerhand begint het ‘goede gedeelte’ van de dag, maar ik zit er door. Ik stap in de auto en sukkel huiswaarts. Vrachtauto’s halen me in. Kammenieschele, ik heb de CD speler aan met Randy Newman erop, en ook Art Blakey. Langzaam laat ik me meevoeren naar het zuiden. De sofa wacht...
Mijne Heren, Tight Lines.
Jan,
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |


