Home Jan Junge beleeft! Jan Junge beleeft 26 en 28 oktober

Zeehengelsport

Sponsored Links


Jan Junge beleeft 26 en 28 oktober E-mailadres

Lezertjes! Maandag werd Ineke plots gevraagd om voor iemand in te vallen en daardoor kwam de middag tot mijn beschikking. Maken we het niet te deftig Opa? Het woei flink, ‘vier’ zo ongeveer, en toen ik m’n auto begon in te laden, startte het gelijk met regenen. Buienradar gaf vrijwel geen bewolking in het zuiden, dus dit moest ‘een incident’ zijn. Niettemin duurde het nog een klein uur voor het ergste voorbij was. Maar dan de boot erin en gelijk volgas naar het Spijkerboor!

 

We hadden de laatste tijd vooral zon en het weertype van deze maandag lijkt me dan ook optimaal: donker met een flinke wind en niet koud! Ideaal.

 

Er staat een stevige golf op de Amer, maar toch minder dan je zou verwachten met deze wind. Zal wel aan de hoek liggen waaruit die waait. Ik trol het Spijkerboor af, sla af naar de rietroute naar de Sloot van St. Jan. Het is gelukkig lekker hoog water. Ik trol een eind de Sloot van St. Jan op tot ik zoveel bladeren op het water aantref dat trollen niet goed meer gaat. Terug. Ander kunstaas erop, ik wissel de Mann’s Stretch voor de Deltaspinner. Het mag niet baten, nog steeds geen tikje. Er zijn geen andere vissers te bekennen, geen wonder met dit donkere weer.

 

Ik trol langs de linkerrietkraag naar de Vier Winden. Nog steeds geen enkele aanbeet. Vlakbij de Vier Winden ligt een boot, zo’n groene traditionele Hanker-kottertje met een bruin kopzeil tegen de regen. Twee man erin, jong en oud. Wat gevangen? Ze vissen al vanaf vanochtend en het is waardeloos. Volgens mij zitten ze te witten, met een snoekbaarshengel erbij. Of omgekeerd. Later hoor ik van Gerrit, dat het hier een agent van politie betreft en z’n vismaat. Die agent is een stroper. Vismaat dus ook, denk ik.

 

Ik ga droppen op de Vier Winden. Ik wil er ook zo’n mooie snoek aankrijgen als mijn neefje vorige keer. Na een tijdje ga ik verticalen met wat grotere shads. Niente. Hoe is het toch mogelijk: dit weer is hét snoekweer en de rovers doen weer eens geen fluit. Ja mensen, ook ik klamp me instinctief vast aan het weer. Het weer is voor de visser wat de moederborst is voor de baby: zónder wil het niet. Zul je zien dat ze over 25 jaar uitvinden dat het weer er alleen maar zijdelings een klein beetje mee te maken heeft. Maar ja, je moet toch wát?

 

De twee bootvissers houden het voor gezien. Ik vaar maar eens het doodlopende Jeppegat op. Er stond erg veel flap, maar dit is nu sterk uitgedund. Ik verticaal hier en daar op de wat diepere stukken. Niets. De Biesbosch is wat vissen betreft vrijwel op sterven na dood, geen kip zie je er meer vissen, snoekbaars is er zeldzamer dan de geelgeruite eikentikker, baars vang je alleen maar bij uitzondering en dan nog klein ook. Snoek moet er wel zitten, maar waar? Waarom bijten ze niet? Teveel vreten? Ik kan wel janken!

 

Goddank vang ik dan toch nog een snoekje bij het verlaten van het Jeppegat. Op de Delta! Zestig zal ie niet halen, maar ik ben er toch reuzeblij mee. Omdat het al zo donker is ga ik het beessie maar niet fotograferen, of eigenlijk; ik heb er geen zin in met die glibberige handen. U gelooft me zo ook wel. Toch?

 

Terug. Balsturig, ‘Wat is dat pappie, balsturig?’ ‘Kijk maar in de van Dale!’. ‘Kijk maar in de wát???’, trol ik het hele stuk in het halve donker terug over het Spijkerboor. Tjokketjokketjokke... Met een viertakt maak je niet snel brokke. En niets natuurlijk. Ook het kanaaltje – wie lacht daar? – doet wat er van ’m verwacht wordt... Een illusie armer lier ik de boot op de trailer. Volgende keer beter.

 

Woensdag 28 oktober 2009. Leo moet naar de cardioloog. Niks aan de hand, maar ja, de leeftijd hè. Ik moest me ook al melden op de huisartsenpost voor een vascocardinaal consult. Volgens mij krijgen vissers voorrang. Er werd in ieder geval geconstateerd dat ik overgewicht heb, maar dat is voor mij geen nieuws. Voor jullie ook niet denk ik. Maar ter zake. Waar vissen? Het weer is excellent. Windkracht twee, een grote zeldzaamheid, géén regen, wat zon, wat bewolking. Prima. Groot water en snoekbaars, de juiste combinatie met weinig wind. Maar waar? Dordrecht, Zwijndrecht - met z’n politiebeperkingen! -, Haringvliet, Volkerak? De Westeinder is dus al afgevallen. Nou ik nog... Eens bellen met Gerrit H. die heeft altijd het laatste vangstnieuws. Gerrit raadt me aan het eens te proberen bij de Haringvlietbrug. Goede helling, ruime parkeergelegenheid. De brug zelf met al z’n pijlers is alleen al goed voor twee, drie uur vissen! Dan kun je eventueel nog door naar Den Bommel, of naar de andere kant, de havens van Numandorp. Numandrop, dus eigenlijk. Ik bel Peter Hansler nog eens even, die woont immers in Numansdorp. Hij kent de helling inderdaad, raadt me aan het ook te proberen op Numansgors, een soort vakantiegebied met veel bungalows aan het water.

 

Rond half negen ben ik op het strandje waar de helling ligt. Het is eigenlijk half tien als het ware, maar ik ben vergeten daar rekening mee te houden. Dom. En ik sta er verkeerd voor, je moet ‘bovenlangs’, dan kun je naar links draaien en komt de trailer met z’n kont naar achteren te staan. Zoals ik er nu voor sta, kom ik bij het draaien in het mulle zand en dat wil je niet. Ik moet nu schuin achteruit omhoog de weg op, weer terugsteken, en aan het eind nog half terugdraaien. Het lukt. Ik kan er wat van. Maar ik kan niet voorkomen dat er &*%$@% net nog twéé betrailleerde auto’s voor me langs schieten en – uiteraard! – zich midden op de toegangsweg gaan staan klaarmaken. Omdat ik het zelf ook nog moet doen, zeg ik er maar niets van. Het voordeel van deze situatie blijkt even later wanneer beide boten niet wegkomen na afgetraillerd te zijn. Te ondiep. De motor moet omhoog, eerst wegpeddelen, dan laten zakken. Of de electro in een hoge stand gebruiken natuurlijk, zoals ik. Haha! M grijnst zuur mee.

 

Even later vaar ik bij de pijlers. Het is frisser dan ik verwachtte - kennelijk ben ik nog steeds niet echt gewend aan de koude ochtenden - maar er staat ook vrij veel wind, dit is lager wal. Het bodemverloop is steil: in no time zit ik al op acht meter. Droppicalen maar. Er staat een ultrakort gemeen golfje dat voor veel onrust zorgt. Wat me niet bevalt is dat ik geen enkel bootje zie terwijl er nu toch een auto of zeven geparkeerd staan met een trailer erachter. De Haringvlietbrug is momenteel kennelijk niet in trek. Er ligt troep ook. Meteen snij ik de helft van mijn onderlijnmontage af en even later ben ik een loodje kwijt. Stromen doet het niet erg. Wat meer naar het midden kom ik al op 13, 14 meter diepte, maar vlak langs de pijlers is het maar half zo diep, kennelijk zijn er diepe stroomgeulen in het midden. Op de een of andere manier vind ik vissen dieper dan tien meter niet prettig: het is so wie so al moeilijker om contact te houden, zwaarder loodje Junge!, maar ik vind gevoelsmatig dat vis niet zo diep hoort te zitten, als poldermensch zijnde. En dan krijg je ook nog die uitpuilende ogen, de vis dan!, en trommelzucht, de vis en ikzelf! Gelul natuurlijk, maar dat moet nog blijken uit de loop van dit avontuur.

 

Haringvlietbrug. Mooie roofvisstek!
Ziet er fris uit. Is ook zo...

 

De wegenwacht komt volgas voorbij in de vorm van de gele boot van Rijkswaterstaat. De boeggolf staat anderhalve meter hoog tegen de boeg! Ik hoor het water naderbij ruisen, het lijkt de Noordzee wel, zo hoog! Nét blijft m’n boeg vrij van water, maar ik rekende niet op de pijler achter me die de golf terugkaatst. Krijg ik toch nog een scheut over de spiegel. Gefeliciteerd jongens! Ik trek mijn zwemvest aan, geen geintje, ik voel met niet erg thuis op dit grote, verlaten water...

 

Ik krijg het eerste tikje. Wauw! Maar daar blijft het bij. Na een uurtje gaat de telefoon. De hoofdsnoekbaars aan de lijn, waar de shadjes blijven. Grapje hoor, het is den Gerrit. Hoe of dat het gaat. Gerrit adviseert me om eens naar de windmolens aan de overkant te varen en het daar te proberen. Doe ik. Het is een stuk rustiger en aangenamer uit de wind. Het bodemverloop is zeer gelijkmatig en gaat van pakweg een meter of twee naar acht meter.

 

Maar ook hier niets. Ik zit niet ver van de Willemstadsluizen naar het Volkerak en je zult daar vast niet mogen vissen. Ik vaar naar de overkant om het daar eens onder de kant te proberen. Ook niets. Ik drift langzaam terug naar de brug. Daar ligt nu inderdaad een bootje met verticalers! Opluchting. En even later komt er nog eentje bij ook. Ik houd ze in de gaten maar zie geen kromme hengels. Tik! Een aanbeet! Mijn hengel gaat wél krom. Na een korte, felle weerstand komt de vis vlot boven. Er staat hier tien meter water, maar de snoekbaars ziet er normaal uit, geen uitpuilende ogen. Ik wil ‘m pakken maar hij spartelt zich los. Verdorie! Maar ik tel ‘m wel. De Wet van Junge: vissen uit de pakfase tellen mee. Het was er eentje van zo’n halve meter.

 

Het herhaalt zich niet. Inmiddels komen er meer en meer bootjes overal vandaan, ik tel er al vier. Slecht teken, kennelijk ging het niet op de andere stekken! Zouden ze bij Den Bommel vandaan komen? Geen idee. Ik zie ergens een schepnet te water gaan. Dat geeft moed. Ik krijg een slappe aanbeet. Iets kleins. Yess! De eerste snoekbaars. Oh nee, de tweede.

 

Klein snoekbaarsje bij de Haringvlietbrug.

Ik vang ‘m op een zogenaamd ‘Gerrit’ shadje. Gerrit Hooijmaijers heeft er nog honderden van liggen, hij zwéért erbij!

 

Uiteraard probeer je van alles op shadgebied, dik, dun, licht, donker. Lichte kleuren lijken de voorkeur te hebben, hoewel het zonnig is en het water behoorlijk helder. Ook dit visje kwam weer van diep: een meter of tien.

 

Na een uurtje verdwijnen de boten een voor een. Wat te doen? Ik overweeg om de havens te gaan bezoeken, Willemstad kan eventueel ook nog. Of zal ik toch nog eerst eens naar den Bommel varen? Ik weet niet 100% zeker waar of dat ligt, maar ik moet langs het eiland Tiengemeten en dat zie ik duidelijk liggen. Volgas dan maar. Na een tijdje doemt een boot op, twee man erin. Eens even informeren. Met die hoed van me op zie ik er uit als een BOA, de mannen grijnzen angstig. Over die hoed gesproken, zien jullie ‘m nou ook overal opdoemen? Marco Kraal heeft ‘m ook op op VisTV. Een voorlopertje wat mode betreft, die Junge! Die mannen, dat zijn Duitsers of Polen. Verdamt nog mall. “Allein kleine Fische, keine gute bissen.” Zie je wel, het ligt niet aan mij, de vis doet het slecht. Maar den Bommel? - dan liege Ich recht auf Kurs -. Tadááá, verder. Binnen een kwartier zie ik de groene kant opdoemen, het bekende boerderijdak erbovenuit. Hier heb ik met Rini Hofkens gevist. Ik zie in de verte één boot. Op de kant twee mannen. Godsamme wat is het hier diep! Veertien meter, en vlak onder de kant nog tien! Het water is rustig, er staat hier erg weinig wind. Ik probeer het eerst relatief ondiep. Niets. Maar wanneer ik tegen de 13 meter vis krijg ik een rustige aanbeet. Lijkt niet erg groot, maar naarmate ik meer omhoog pomp gaat de vis zich harder verzetten. Dit is toch best een goede. Inderdaad, een heel mooie snoekbaars. En op roze! Homosnoekbaarzen, zie je wel. Maar zonder gekheid, toen ik met Rini hier viste wist de Oosterhouter ook opvallend goed met die kleur te scoren. En alweer: geen uitpuilende ogen of ander ongemak. 67 is ie.

 

Geinig snoekbaarsje.

 

Ik probeer ook eens een gewoon verticaaltje met loodkop. Dat deed ik ook al bij de brug, je weet maar nooit. Maar het maakt geen verschil. Ik stuur richting haven. Ook daar is het opvallend diep. Eindelijk heb ik dan nu vertrouwen in de diepte gekregen. En terecht, zo blijkt weer. Ik voel een aanbeet. Mis. Ik laat de zaak zakken en verdomd: whomp – erop! Maar wat is dit voor een vis? Hij doet opvallend weinig maar komt niet omhoog. Zou dit dan een zogenaamd ‘kasteel’ zijn? Langzaam krijg ik de vis omhoog. Hij gaat niet door de slip. Het zal me benieuwen. Een snoek. Een goede, maar geen kanjer. De haak zit heel mooi aan de zijkant van de bek. Ik grijp ‘m achter de kop en hijs ‘m in de boot. Tja, en nou gaat ie als een dolle tekeer! Groene stront vliegt overal heen, nét nu ik de boot eens een keer goed schoongemaakt heb. M knikt bedroeft. Maar als je goed kijkt, zie je z’n mondhoeken verdacht trillen. Gluiperd!

 

Schitterende snoek van 73 cm!

 

De snoek meet 73 cm en is puntgaaf. Plons, en weg is ie. Typisch snoek dat nabijten na een misser, volgens mij doet snoekbaars dat maar zelden.

 

Ik krijg een kwartier later nog een aardige beet, maar die schiet los. Weer een half uur later ga ik terug naar de brug. Ik kan wel richting Middelharnis gaan, maar ik weet daar toch echt te weinig stekken en bootjes zijn er in geen velden of wegen te zien.

 

Ik daver terug naar de brug. Eens kijken hoe lang of ik er precies over doe. Het blijken twaalf minuten te zijn, da’s goed te doen. Er liggen geen bootjes bij de brug. Het is vrijwel windstil en de zon geeft warmte. Ik koester me in de gouden gloed. Er is opvallend weinig scheepvaart, ik heb vandaag misschien vier binnenschepen gezien. Wat ik meer zie, zijn zeiljachten. De meeste kunnen niet onder de brug door en gaan even kruisen. Niet veel later gaat die brug dan open. Tja mensen, hier zien we dan een 'Wonder der Nederlandse Natuur'. Een man met veel geld en vrije tijd gaat wat varen met z’n jacht, doet een telefoontje en al het verkeer tussen oost en west in het zuiden van Nederland ligt voor tien minuten plat! Vandaag drie keer gezien en ik ben hier niet eens de hele tijd geweest. Ik kan dit niet echt goed uitleggen aan – zeg maar – een buitenlander...

 

Meteen een aanbeet. Dit is iets moois. Snoekbaars, het lijkt wel een mitrailleur. Moeizaam pomp ik ‘m omhoog. Het is verdorie een baars! Dik in de veertig! Dat wordt een fraaie foto in de namiddagzon. Hij schiet los. Verdomme. Maar volgens de Wet van Junge...

 

Er zit goed beet op nu. Ik krijg verschillende missers en lossers, maar vang ook. Er zit water op de lens, vandaar de slechte kwaliteit foto’s...

 

Snoekbaarsje.

 

Snoekbaarsje.

 

Snoekbaarsje.

 

Snoekbaars.

 

Ik merk op dat je steeds op het diepste punt uit je naaste omgeving moet vissen om het meeste beet te krijgen, en dat kan hier dertien meter zijn! Vooral onder de brug in de vaargeul krijg ik veel aanbeten. En de meeste op roze, maar één op een andere kleur. Zwart. En de snoekbaars is klein, inderdaad. Niet omdat - zoals zoveel snoekbaarzers beweren - ‘er zoveel jonge vis geboren is’, maar doodgewoon omdat er veel te veel grote vis meegaat. Ze zijn gewoon óp, die grote, relatief althans. Maar ja, we weten het, dit zal tot de allerlaatste snik ontkend blijven worden, net als destijd bij de kabeljauw: “er zitten er nog zát, laatst nog...”

 

Maar ga eens een meeneemverbod instellen terwijl Klop honderden fuiken heeft staan en met zes boten door middel van reusachtige drijfnetten het grote water afvist...

 

Haringvlietbrug.

 

Ik moet stoppen. Niet omdat er geen beet meer opzit, maar omdat ik het niet aandurf in het donker te gaan traileren op onbekend gebied. Ik zet de motor omhoog en peddel het laatste stukje. Het is hier toch wel érg ondiep hoor. Een grote boot krijg je hier niet te water lijkt me. Jammer Bram! Ik ben niet de laatste: er staan nog twee trailers en achter me komen drie Belgen in hun bootje aan. Ze hebben ‘alleen klein’ gevangen, het was niet best. Ik ben echter wel tevreden. Mooi dag best wel. Voor herhaling vatbaar, wordt vervolgd. De Heren horen er weer van.

 

Inmiddels Tight Lines en een Petri Heil,

 

Jan,

 

Bron: Jan Junge
© Onderlijnenvooropzee.com



Tags: Baars  Snoek  Snoekbaars  Roofvis  Jan Junge  Kunstaas  Shad  Plug  

   
   
 
Meer uit deze serie

Google Translate

Highlights

Zeehengelsport

Sponsored Links

Onderlijnenvooropzee.com | Onderlijnenvooropzee.nl | Sea-Fishing-Tips.com
| Zeevissen | Strandvissen | Kantvissen | Surfcasting | Bootvissen | Wrakvissen | Hengelsport | Zeevis onderlijnen | Zeevis tips & trucs | Hengelsport knopen |