| Jan Junge beleeft 14 oktober |
|
|
Mannuh! Vandaag naar de Mark. Uit betrouwbare bron, Gerrit, hoorde ik dat Bredase inboorlingen er in slaagden om met z’n tweeën in de singels 17 vissen te vangen: baars/snoekbaars/snoek. Bovendien kan ik nu eens mijn elektries liertje proberen. Leo gaat baarzen op de Binnenmaas, recreatiehaven, dat lijkt me nogal vroeg in het jaar, maar je weet nooit. En Gerrit gaat met een kennis richting Merwede snoekbaarzen.
Ik ben lekker vroeg. Het is krabben geblazen: ijs op de ramen!
Snel haal ik de auto op en in no time sta ik met de trailer in het water en de boot ernaast. Maar nu de eerste proef. Ik koppel de trailer los. Oeps, ik heb weliswaar een houtblok achter het voorwiel gelegd, maar dat blijkt maar nauwelijks voldoende om de trailer voor verder terugrijden te behoeden! Da’s een probleem, want een blok achter een achterwiel zit er niet echt in: dat staat een halve meter onder water. Met een extra flinke steen weet ik het geheel te stabiliseren. Nou moet de auto omhoog, dan kan ik eens kijken hoe vlot die trailer uit het water, en op de helling getrokken wordt. Met een boot erop is nog weer een ander verhaal natuurlijk, maar dan heb ik in ieder geval een idee of het principe werkt. Ik start de motor, laat de koppeling opkomen. GEGRGGRRRR! Blauwe rook. En wél een halve meter vooruit, maar daarna nix. Ik ga kijken. Ja hoor, die k..steen weer. Ik moet naar rechts sturen. Yes! In een wolk verbrand rubber kom ik omhoog. Handrem erop, de haak van de lier om de staalkabel aan de kop van de trailer, teruglopen en uitrollen, lier vastzetten op de trekhaak en op de acuu aansluiten. Daar gaat ie. De trailer kruipt – letterlijk – decimeter voor decimeter omhoog. Het principe werkt. Langzaam als een slak komt ie mee. Na enkele meters lieren besluit ik om de rest maar gewoon met de auto verder omhoog te trekken, moet kunnen. Ik maak een flauwe bocht naar rechts en sleep de trailer aan de staalkbel achter me aan. Ziezo, zo kan het ook.
Instappen en wegwezen. Het is wondermooi op het water. Mistflarden, windstil, blauwe hemel, koud, maar prachtig. Alleen, volgens ‘het boekje’ zijn de vangstkansen niet best met mist. Maar al na tien minuten zie ik de steunhengel terugklappen: yepp!! Een hard vechtend snoekje plast naderbij. “Kopje koffie jongen?”
Het plugske wat jullie daar zien is de Bomber Long A, een goed alternatief voor de Mann’s Stretch Minus. Dit plugje is een fractie lichter en heeft wat minder ‘body’, heeft ook een wat goedkopere uitstraling. Maar werkt prima.
Verder. Langs de roeivereniging, naar de haven. Ik ga er wat werpen, probeer eens de lepel, probeer een deltaspinner. Niets. Ik merk dat ik net wat te licht gekleed ben. Het is maar een graad of tien en dat is goed te merken. Ik vaar verder de Mark op, maar na een half uur besluit ik terug te gaan via de overkant. Na een kwartier start ik de motor, volgas naar de singels van Breda! En met 40 km/u is het dus écht koud %&$%@! Waarom nou niet even die extra trui of de bodywarmer aangetrokken verdomme. Kun je altijd nog uittrekken. Sommige fouten blijf je maken. M knikt instemmend, een mooie glimlach om de lippen...
Bij de suikerfabriek aangekomen, laat ik de boot uitlopen. Hier eerst even droppen, of beter, droppicalen. Geroutineerd laat ik de twee visjes dansen en huppelen, ondertussen richting brug schuivend. Plotseling een gruwelijk schurend geluid boven me!! Godverdegodver!! Mijn hengels!! De toppen schuiven schrapend onder het laaghangend beton. Ik kan niets doen. Uit de drievoudige, Berkley, standaard nemen gaat niet meer en bij achteruitvaren is breuk helemaal waarschijnlijk. Een knal, en daar heeft het probleem zichzelf opgelost. Neenee, geen gebroken hengels. De montagekit waarmee ik de standaard aan het aluminium had vastgekit, is losgekomen. Geluk bij een ongeluk. “Sommige fouten blijf je maken!" M kijkt gelukkig. Junge is zijn beste klant.
Het wil niet op de singels. Gelukkig drijft er niet al te veel blad. Ik doe er echt álles aan. Gebruik lepels, spinners, deltaspinners, een konijnenpoot, grote en kleine pluggen, ga droppicalen, ga werpend vissen. Tevergeefs. Ik bel Leo maar eens, kijken hoe het bij hem gaat. “Geen stootje Jan!”, zegt de bekende stem. “Maar ik ben nog niet zo lang bezig.” Ik wens Leo geluk en vervolg mijn weg. Wanneer ik onder een brug vandaan trol, krijg ik eindelijk een aanbeet. Snoekje, halve meter of zoiets. En los! Na twee uur varen stop ik ermee. Terug maar weer. Op de Mark stop ik bij één van de twee grote verkeersbruggen in de buurt van Breda. Dit zijn geen echte snoekbaarsstekken, de pijlers staan veel te ondiep. Ik probeer het toch maar even. Onder de brug staat een bouwsel van lappen, een oude tent. Die tent wordt bewoond. Een zwerver, geen karpervisser. Maar wat is het verschil? Hahaha! Geintje. Ik laat de dropjes zakken. Kláps! En een goeie ook! Na een minuut of vijf hard knokken komt een mooie snoekbaars boven. Vijfenzestig, schat ik. Mooi van kleur, gave vis.
Oppervlakkig gehaakt, ik mag van geluk spreken. Op de een of andere manier krijg ik veel lossers op die dunne Mustads en zijn de vissen nooit goed gehaakt. Toeval misschien, maar het lijkt geen succes. Terug ermee, nee, met die vis dus.
Ik probeer het nog eventjes, maar dit was een eenling. Ik ga de mooie haven in. Trol ‘m rond, neem de tijd om hier en daar nog wat te droppen. Geen tikje. Inmiddels staat het zonnetje hoog. Gelukkig is het water toch wat getint vandaag. In de zon vist het lekker, maar de luchttemperatuur blijft laag. De watertemperatuur is 13,5 graad, die is dus behoorlijk snel gezakt, mogelijk een van de oorzaken van de passiviteit van de vis. Er valt ook geen enkele activititeit te bespeuren, geen springend broed, geen kringen, nergens zie je vis.
Ik vaar terug naar de brug over het Terheidens Kanaal. Daar probeer ik het opnieuw. Maar de rietkant geeft geen sjoege. Ik trol helemaal naar de A16, waar de gecombineerde spoorbrug en snelwegbrug liggen. Geen vissers, geen boten, geen beet. Het is wel druk met sportroeiers.
Na langdurig droppen vang ik dan eindelijk nog een aardige baars bij de pijlers. Ik krijg nog twee friemelbeten, maar da’s alles. Voor ik vertrek ga ik nog even onder de twee stukken bij de bruggen doortrollen met dieplopende plugjes. En weer een stevige aanbeet - op de steunhengel - waar een kleine Mann’s aan hangt. Een snoekje, vecht als een duivel. Bijna niet te grijpen: steeds als ik ‘m benader, rukt ie z’n kop weg. Slim hoor. Maar uiteindelijk is ie dan toch binnenboord, mooi buitenop gehaakt.
De foto heeft per ongeluk een heel mooie tint, misschien door de avondzon.
Ik trol terug langs de bezonde rietkant. Dit is de toptijd van de dag! En een half uur later: zachte-vastloper-met-‘dat’-gevoel-erin. “Ja!”, roep ik al voor er iets levends te voelen is. De weerstand is flink, ik denk aan een goede snoek. Maar het is een snoekbaars, wéér op die Mann’s. Deze zit diep, maar ik kan ‘m vlot onthaken.
Maar ik begin me ongerust te maken. Ik moet natuurlijk niet doorgaan tot de schemer, want ik weet nog niet of de lier boot plus trailer wel trekt. En hoe lang of dat duurt. Bovendien is er nóg een factor die ik tot op heden buiten beschouwing heb gelaten, bedenk ik me. Ik moet natuurlijk tóch met de auto helemaal naar beneden om de trailer in het water te rijden. Sterker nog, ik kan de boot eigenlijk alleen maar oplieren wanneer die vastgekoppeld zit aan de auto. Anders loop je kans dat de trailer gaat opwippen, én je zou ‘m bovendien goed moeten blokkeren zodat ie niet achter je in het water verdwijnt. Ik had zo vaag in mijn achterhoofd dat ik de trailer het laatste stuk zou loskoppelen en aan de staaldraad zou laten afdalen, dan kan de auto wat hoger blijven staan en uit de gevarenzone blijven. Maar dat gaat nooit werken!
Ik meer af, ruim op en rijd de trailer het water in. Boot erop. Voorwieltje blokkeren. Maar ik vertrouw het niet. Straks koppel ik los en dan zie ik trailer plus boot langzaam maar zeker in het water verdwijnen, lachend om dat lullige steentje voor het voorwiel. Ik deponeer met de grootste moeite en een half natte laars een flinke steen achter een achterwiel. Pffft. Nou loskoppelen. Instappen, starten en omhoog. Blauwe rook, de auto staat als een huis. Gotverdomme, daar heb je het al! Zware rubber ringmat onder het voorwiel en naar rechts sturen. Blauwe rook en de auto staat nog steeds als een huis. De ringmat is onder het wiel doorgeslingerd. Ik zit vast. Niet paniekeren Jan, wat te doen? - blijf rustig -. Ik pieker er over hoe of ik mijn liertje in stelling kan brengen. Maar er is geen enkel vast punt te vinden.
Maar nou die trailer plus boot nog. Die hebben we niet durven aankoppelen, en terecht. Ik wil het achteruitrijdend met de lange kabel proberen, dan hebben mijn voorwielen wél grip. Maar Bart wil de Mercedes graag opofferen. We zetten de kabel vast aan de staalkabel van de veiligheidssluiting van de trailer. De Mercedes staat nu op een afstand van zeker zes, zeven meter van de trailer. Maar Bart moet wel heel voorzichtig trekken want we weten niet hoe de losse trailer zal reageren op de diepe hobbels. Daar gaat ie... Het lukt! Maar ook maar nét, want de boot maakt gruwelijke zwenkbewegingen. Om beurten komen de trailerachterwielen obstakels tegen die de kop van de trailer de andere kant op dwingen waardoor deze heftig gaat slingeren. Maar trailer en boot staan boven. Ontroerd schuden we elkaar de hand. Ik besef dat ik nooit meer om korting kan vragen, díe no-claim ben ik kwijt...
Ik maak de boot verder in orde. Alles is een puinhoop, de achterbak van mijn auto ziet eruit alsof er een bom is ontploft. Modder op de stoel, modder onder de stoel, modder op het stuur. Maar er is geloof ik niets stuk, alles werkt. Bart neemt afscheid, schreiend omklemmen we elkaar. Voorzichtig rijd ik naar huis. Koop bij een benzinestation een pak Calvé Japanse Mix en een een zogenaamde ‘Roze Koek’. Gezond eten, dat is belangrijk. De Roze Koek is fraai verpakt. Ik krijg de verpakking niet open. Het zakmes moet er aan te pas komen. In gedachten doe ik vreselijke dingen met de ontwerpers van dit zakje en met de productmanager van die koeken. Zo’n man krijgt toch proefverpakkingen op zijn buro? Ik rijd weg. Wil de zak nootjes openen. No way! Ook mijn tanden richten niets uit. Geen inkepingen in de rand, ook de truc met het naar buiten trekken van de naad lukt niet. Mijn zakmes bungelt aan de autosleutel in het contact. Uiteindelijk lukt het me om met een balpen door de zak heen te steken. Ik raak bijna van de weg. Een passerende auto toetert kwaad. Ik zet de zwetende manager van Calvé voor de tv camera’s, “U verdient één miljoen euro wanneer u er in slaagt om deze mooie verpakking met blote handen binnen drie minuten open te maken.”
Ik wens de Heren Tight Lines plus een Makkelijke Opening. Vang ze!
Jan,
NB. Leo ving verder niets op de Binnenmaas, maar Gerrit en z’n maat hadden een prima dag met een flink aantal snoekbaarzen. Op de fireball en met de dropshot. Zo zie je maar hoe het kan verschillen.
NB2 De wijsvinger van mijn linkerhand - ja, die helemaal gevoelloos was toen drie weken geleden een plug uit mijn handpalm werd gerukt door een woedende snoek - die is dus nog steeds niet helemaal in orde. Het bovenste stuk is nog steeds min of meer gevoelloos... Waarschuwing: Vissen kan schade toebrengen aan uw gezondheid!
Bron: Jan Junge
|
| Meer uit deze serie | |






